Logo
  • Achtergrond
  • 16 september 2005
  • Marcel Loomans en John Klein Hesselink

Het duurzame karakter van planten

Er is een groeiend bewijs voor de gunstige effecten van planten in de werkomgeving op de gezondheid en het welbevinden van werknemers. Diverse meetresultaten tonen de werkelijke effecten. Het duurzame karakter van planten vraagt om een eerlijke herwaardering van zijn toepassingsbereik binnen de gebouwde omgeving.

Het afgelopen jaar werd met een grote Europese campagne promotie gemaakt voor de toepassing van planten op de werkplek¹. Enerzijds geven planten een psychologische stimulans; anderzijds dragen planten bij aan een beter binnenmilieu en leveren een bijdrage aan een goede werkomgeving, wat gunstig kan uitwerken op de arbeidsprestaties. In dit artikel zullen de daadwerkelijk gemeten effecten worden besproken. Ondanks de nuancering van deze resultaten blijken planten op het werk toch eerder een lust dan een last.

In de afgelopen eeuwen zijn stelselmatig planten buiten de ‘natuurlijke’ leefomgeving gesloten. Vanaf halverwege de twintigste eeuw komen planten weer in de woning terug. Hoewel ook in kantoren planten sindsdien onderdeel uitmaken van de inrichting, worden kosten nog steeds vooral bespaard door de beperking van het aantal vierkante meters per persoon zonder de fysische en psychologische kwaliteit van het binnenmilieu te verdisconteren.

Nieuwe impulsen kwamen voort uit de ontwikkelingen in de ruimtevaart². Ook kwam in de zeventiger jaren het onderzoek naar de inrichting van binnenruimten goed op gang. Licht en uitzicht werden al snel vertaald in wetgeving voor stedelijke planning en de bouw van huizen en bedrijfsgebouwen. Mensen bleken zich in de gebouwde omgeving thuis te voelen wanneer veel groen aanwezig is.

Psychologische effecten

Gezondheid is complex en van vele facetten afhankelijk. De psyche is hierbij een belangrijke parameter. In verschillende onderzoeken is gekeken naar het welbevinden van werknemers bij de aan- en afwezigheid van planten.

Tove Fjeld³ vroeg voor een bank in Oslo aan 48 deelnemers een oordeel over de eigen werkomgeving. Daarbij werd gevarieerd tussen situaties met wel of geen daglichtlampen en / of planten. De groep die alleen daglichtlampen had gekregen onderscheidde zich niet van de controlegroep. Zij scoorden 2,9 op een schaal van 1 tot 5 (1=zeer tevreden, 5=uiterst ontevreden). De collega’s die alleen planten hadden gekregen scoorden gemiddeld 2,4 en degenen die zowel planten als daglichtlampen hadden gekregen scoorden 2,2. Het effect van planten op het welbevinden bleek dus groot.

Shoemaker4 en anderen vonden geen effecten van beplanting op werktevredenheid en gedrag en houding ten aanzien van planten op het werk, maar dit onderzoek werd gedaan in een situatie waar de werknemers al zeer tevreden waren met hun werk en de werkomgeving. Er was hier dus sprake van een ‘plafondeffect’.

Uit een onderzoek onder circa 150 medewerkers bij de belastingsdienst in Winterswijk5 naar het welbevinden van de werknemers bleek dat de groep werknemers die dagelijks gemiddeld vier of meer uur beeldschermwerk deden zich beter voelden als er planten op de kamer stonden.

Fysische effecten

In het onderzoek bij de belastingdienst kwam ook naar voren dat werknemers met planten in de kamer minder vaak last hadden van statische elektriciteit dan hun collega’s zonder planten. Deze verbetering aan het binnenmilieu heeft direct effect op de fysiologie van de mens. In de literatuur zijn echter maar een beperkt aantal onderzoeken terug te vinden waarin de bijdrage van planten aan een beter binnenmilieu is onderzocht. Voor de aspecten thermisch comfort, luchtkwaliteit en akoestiek zal hieronder een korte toelichting van de resultaten worden gegeven.

Ten aanzien van het thermisch comfort moet vooral gedacht worden aan het effect op de relatieve vochtigheid. Een tweetal onderzoekers heeft hierover gepubliceerd6 ,7. Beide komen tot de conclusie dat de relatieve vochtigheid significant kan toenemen door het plaatsen van planten. Voor de winter kan dit een gewenste situatie zijn; in de zomer moet deze verhoging weg worden geventileerd.

De luchtkwaliteit wordt bepaald door de concentraties van chemische stoffen die in de lucht voorkomen. Deze zijn afkomstig van printers, kopieermachines, computers, vloerbedekking en bijvoorbeeld verf. De mogelijke gevolgen van een slechte luchtkwaliteit zijn geïrriteerde ogen, hoofdpijn, huidklachten en uitgedroogd slijmvlies van mond en neus. Hierbij geldt dat de ene persoon gevoeliger is voor een bepaalde stof dan de andere. De luchtkwaliteit wordt daarnaast beïnvloed door de hoeveelheid stofdeeltjes in de lucht en biologische agentia.

133-17-F1-small.jpgDe Amerikaanse onderzoeker Wolverton 1 bestudeerde voor NASA de effecten van planten in gesloten ruimten. Hij vond dat het ecosysteem in de potplanten in staat is vluchtige organische stoffen (VOS) en ziekmakende micro-organismen uit de lucht in een luchtdicht afgesloten ruimte te verwijderen. Daarbij is sprake van een biologisch proces en niet alleen van adsorptie / absorptie. In het complexe ecosysteem werken plantenbladeren, wortels, potaarde en micro-organismen symbiotisch samen (zie figuur 1). De potaarde is hierbij een belangrijke factor.

Dergelijke onderzoeken zijn recent herhaald en bevestigd door de Universiteit van Sydney8. Een belangrijke beperking van de waarde van deze resultaten voor de praktijk is echter dat er bij de experimenten geen ventilatie van de ruimte plaats vond. De resultaten van aanvullende onderzoeken9 ,10 maken duidelijk dat de bijdrage van planten aan de luchtkwaliteit genuanceerder is. Voor realistische afmetingen van de onderzochte ruimte en realistische ventilatieniveaus kon de bijdrage van planten niet worden vastgesteld.

Ronald Wood11 stelde bij zijn onderzoek in enkele kantoorruimten van de universiteit van Sydney vast dat met een realistische hoeveelheid planten een meetbaar effect kon worden bereikt bij het terugdringen van VOS. Op verschillende kantoorlocaties met wel of geen luchtbehandeling en met verschillende aantallen en typen planten zijn metingen uitgevoerd over langere perioden, waarbij halverwege een nieuwe verdeling van de planten over de kantoren is gemaakt. De wekelijkse metingen in de kantoren en in de buitenlucht omvatten de totale concentratie VOS (TVOS), de concentratie kooldioxide en koolmonoxide, de relatieve vochtigheid en de temperatuur.

133-17-F2-small.jpgDe door Wood gemeten positieve bijdrage van planten aan de luchtkwaliteit kon echter alleen worden verklaard door de hypothese dat planten pas boven een minimum concentratie van ongeveer 250 mg/m³ (voor de controle situatie) effectief VOS verwijderden. De effectiviteit in een kantoorgebouw met een luchtbehandeling systeem was lager dan in een kantoorgebouw met natuurlijke ventilatie. Figuur 2 geeft, per situatie, de gemiddelde concentratie TVOS in de kantoorruimtes met of zonder luchtbehandeling weer, waarbij tevens resultaten zijn afgebeeld die een TVOS concentratie lieten zien van meer dan 250 mg/m³. De bronnen en het ventilatieniveau in de onderzochte ruimtes worden door Wood helaas slechts in zeer beperkte mate beschreven.

Voor de stofafzetting kwam Virgina Lohr12 tot de conclusie dat een reductie tot 20% mogelijk is, afhankelijk van het aantal planten en de oppervlaktekarakteristieken van de plant. Sirpa Rautiala13 kwam tot de conclusie dat planten geen significante bron van micro-organismen zijn. In een recent rapport14 worden groene planten daarentegen als potentiële bron van allergenen aangeduid, overigens zonder verdere referenties.

Tot slot blijkt uit onderzoek van Costa 5 dat planten de nagalmtijd in een ruimte kunnen bekorten. Het effect hiervan is vooral te verwachten voor ruimtes met niet-poreuze vloeren en wanden. Onder normale omstandigheden zal in kantoorruimten het effect beperkt blijven.

Planten en gezondheid

Resteert de vraag hoe mensen het effect van planten zelf ondervinden. Uiteindelijk zullen de besproken effecten van planten tot uiting komen in de gezondheid en – in de kantoorsituatie – de productiviteit van de mens die zich wel of niet met planten laat omringen.

133-17-F3-small.jpgDe resultaten van planten op het thermische comfort, de luchtkwaliteit en de akoestiek zijn in de praktijksituatie duidelijk genuanceerder dan de onderzoeken aantonen. Kantoorstudies van Fjeld15 tonen aan dat het niveau van gezondheidsklachten 23% lager was in de periode dat planten in het kantoor werden geplaatst. Figuur 3 laat twaalf gezondheidsklachten zien en het effect daarop van planten.

In een ander onderzoek van Fjeld in een ziekenhuis werden vergelijkbare, blijvende verbeteringen gevonden. Hier kon ook het blootstellingseffect worden aangetoond. Ofwel, iemand die langer aanwezig is in een ruimte met planten had meer baat dan iemand die maar een bepaalde periode aanwezig was.

Een Nederlands onderzoek kon bovenstaande resultaten niet bevestigen. Er waren echter enkele duidelijke verschillen waardoor de waarde van de resultaten van dat onderzoek lager worden aangeslagen (o.a. aantal en moment van ondervraging van de kantoormedewerkers). Het Nederlandse klimaat wijkt bovendien af van het Noorse.

Planten en productiviteit

Het aantal studies naar effecten van planten op productiviteit is beperkt, maar veelbelovend. Productiviteitsmetingen zijn niet bekend. In het beschikbare (laboratorium)onderzoek worden de effecten uitgedrukt in termen van stress en alertheid. Voor beide aspecten vond Lohr16 een positief effect. In onderzoek van Shibata en Suzuki17 bleek echter geen effect van planten bij het uitvoeren van sorteertaken. Bij woordassociatie werd (voor mannen) zelfs een negatief effect gevonden; ze waren eerder afgeleid. De onderzoekers trekken echter hun eigen resultaten in twijfel.

Discussie

Blijkbaar spelen niet alleen de fysische maar ook de psychologische effecten van planten op het binnenmilieu een rol bij de positieve waardering van planten op het werk. Daarbij geldt dat feitelijk nog onvoldoende bekend is over de uitwerking van relatief kleine en specifieke veranderingen in bijvoorbeeld de luchtkwaliteit op de beleving van het binnenmilieu en de gezondheid.

Voor het psychologische effect kunnen evenmin directe verklaringen worden gegeven. Wel is aangetoond dat belastende vormen van stress tot lichamelijke en geestelijke ziekte kunnen leiden.

Het gunstige effect van planten wordt verklaard door de herstellende invloed van planten op de mens, vanuit de evolutionaire gedachte; de natuurlijke omgeving waar de menselijke soort uiteindelijk is ontstaan en waarvan die relatief recent afstand heeft genomen. Hoewel de onderzoeksresultaten relatief beperkt zijn, duidt het aangetoonde blootstellingseffect op een positief effect van planten. Een kwantitatieve onderbouwing van de productiviteitsverbetering door het plaatsen van planten in een kantoorruimte is nog niet mogelijk. Gezien de effecten op de gezondheid en het functioneren van de mens is echter aannemelijk dat een beperkte investering zich relatief snel zal terugverdienen.

Conclusie

Er is een groeiend bewijs voor de gunstige effecten van planten in de werkomgeving op de gezondheid en het welbevinden van werknemers. En hoewel individuele hedendaagse technologische oplossingen wellicht effectiever zijn ten aanzien van de meetbare prestatie-indicatoren, vraagt het in eerste aanzet meer duurzame karakter van planten om een eerlijke herwaardering van zijn toepassingsbereik binnen de gebouwde omgeving. De combinatie met het psychologisch positieve effect van groen maakt dat planten een nieuwe plaats verdienen in de gebouwde omgeving en in het gebouw.

Auteurs

M. Loomans is werkzaam bij TNO Bouw en Ondergrond in Delft; Marcel.Loomans@tno.nl
J. Klein Hesselink is werkzaam bij TNO Kwaliteit van Leven in Hoofddorp; John.KleinHesselink@tno.nl

Noten

  1. www.healthygreenatwork.org
  2. Wolverton BC. (1997) How to Grow Fresh Air, 50 Houseplants That Purify Your Home or Office. Penguin Books, USA Edition, ISBN: 0140262431
  3. Fjeld T, Veiersted B, Sandvik L, Riise G, Levy F. (1998) The Effect of Indoor Foliage Plants on Health and Discomfort Symptoms Among Office Workers. Indoors + Built Environment, 7:204-206.
  4. Shoemaker CA. Randall K, Relf PD, Geller ES. (1992) Relationships between plants, behavior, and attitudes in an office environment. HortTechnology, 2: 205-206
  5. Dortmont A van, Bergs J. (2001) Onderzoek planten en productiviteit. Leiden, Bloemenbureau Holand.
  6. Costa P. en R.W. James (1995) ‘Constructive use of plants in office buildings’, Lecture notes for the catalogue of the symposium Plants for People, Den Haag, Netherlands 1995.
  7. Strickler, B. (1994) ‘Water Evaporation of 5 Common Indoor Plants under Various Climate Conditions’, Proceedings of the Air Infiltration and Ventilation Centre (AIVC) 15th Annual Conference, held Buxton, Great Britain, 27-30 September 1994, Volume 1, pp 151-162.
  8. Burchett M. et al. (2000) ‘Towards Improving Capacity of indoor Plants and Potting Mix Components for Indoor Air Pollution Reduction’, Final report of HRDC No. NY98025, Sydney.
  9. TNO (1991) ‘Oriënterend onderzoek naar de luchtzuiverende werking van potplanten in een mechanisch geventileerde proefruimte’, TNO-rapport B-91-0137, Delft.
  10. Tarran J. et al. (2002) ‘Quantification of the Capacity of Indoor Plants to remove Volatile Organic Compounds under Flow Through Conditions’, Final report of Horticulture Australia Project No NY00035, Sydney.
  11. Wood R. et al. (2004) ‘Plants to improve office air quality - How many make a difference?’, Final report of Office ‘On-Location’ study, to Flower Council of Holland, Sydney.
  12. Lohr, V.I. en C.H. Pearson-Mims (1996) ‘Particulate Matter Accumulation on Horizontal Surfaces in Interiors: Influence of Foliage Plants’, Atmospheric Environment DI. 30, Nr. 14, pp. 2565-2568.
  13. Rautiala S. et al. (1999) ‘ Do plants in an office have any effect on indoor air microorganisms?’, Proceedings of Indoor Air 99, the 8th International Conference on Indoor Air Quality and Climate, and the Air Infiltration and Ventilation Centre (AIVC) 20th Annual Conference, Edinburgh, Scotland, 8-13 August 1999, Volume 2, pp 704-709.
  14. EFA (2003). Towards Healthy Air in Dwellings in Europe – THADE. final report.
  15. Fjeld, T. en C. Bonnevie (2002) ‘The Effect of Plants and Artificial Day-Light on the Well-Being and Health of Office Workers, School Children and Health Care Personnel’, International Symposium Floriade, Netherlands 2002.
  16. Lohr VI, et al. ‘Interior Plants May Improve Worker Productivity and Reduce Stress in a Windowless Environment,’ J. Environ. Hort., 1996, 14:97-100.
  17. Shibata & Suzuki, 2002. Effects of the foliage plant on task performance and mood. Journal of Environmental Psychology 22: 265-272

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform