Logo
  • Nieuws
  • 6 augustus 2014
  • Peter Bekkering

Hoe ziet het kantoor er over 5 jaar uit?

De komende 5 jaar neemt de behoefte aan traditionele kantoren alleen maar verder af en zet de opmars van de third workplace en het thuiswerken zich verder voort. Om medewerkers alsnog te verleiden om op kantoor te komen, gaan beleving en bereikbaarheid de doorslag geven. 

Beeld Hoe ziet het kantoor er over 5 jaar uit?

Dit is de stellige overtuiging van Willem Adriaanssen, partner bij huisvestingsadviseur HEVO. “Daarnaast zullen de gecentraliseerde kantoren steeds kleiner worden. Vanwege Het Nieuwe Werken, maar ook omdat de benuttingsgraad van kantoren die wel in gebruik zijn nog steeds vrij beperkt is.” Adriaanssen verwacht dat de kleinere kantoren van de toekomst wel een hogere benuttingsgraad hebben. “Dat zal bereikt worden door op deze kantoren hoogwaardige faciliteiten aan te bieden. Waardoor medewerkers weer ‘verleid’ worden om naar kantoor te komen en om onder optimale omstandigheden invulling te geven aan het belangrijkste doel van hun kantoorbezoek, het ontmoeten van collega’s.”

Beleving en bereikbaarheid

Adriaanssen voorziet dat bij het kantoor van 2020 aankleding en beleving daarom ook van hogere kwaliteit zijn. “De traditionele anonieme grijze eenheidsworst op kantoorgebied zal de komende jaren steeds meer verdwijnen. Kijk naar de creatieve hotspots, die je momenteel ziet in veel oude gebouwen. Daar zie je vaak een bruisende, dynamische, niet zo formele, sfeer die mensen enorm aanspreekt. Een sfeer die mensen steeds meer ook in kantoren zullen willen vinden, omdat het uiteindelijk beter aansluit bij de manier van leven van mensen buiten werktijd.” Bij dat verleiden speelt ook de lokatie een belangrijke rol. “De komende jaren wordt het steeds belangrijker dat de kantoren goed bereikbaar zijn, zowel met de auto als met de fiets en het OV. Voor kantoren op afgelegen bedrijfsterreinen zal steeds minder bestaansrecht zijn, want waarom zouden mensen daar naartoe gaan?” 

Diversiteit en kantoorbubbel

Het brengt Adriaanssen op een derde voorspelling: er komt de komende jaren meer diversiteit aan niveau (en dus ook prijs). “Je gaat eerste-, tweede- en derderangskantoren krijgen. Die laatste zul je dan aantreffen op die afgelegen bedrijfsterreinen.”

Adriaanssen verwacht ook dat de komende jaren door de wet van vraag en aanbod de kantoorbubbel (het structureel overschot aan kantoorruimte), die al 30 jaar in Nederland aanwezig is, afneemt. “Tot nu toe blijven de eigenaren de kantoorbubbel in stand houden, omdat ze verwachten dat het nog goed zal komen. Die verwachting is echter nergens op gebaseerd en ik verwacht dat met name de accountants de komende jaren niet langer zullen accepteren dat riante panden met een minimale verhuurbaarheid toch een hoge boekwaarde hebben. Zij zullen eisen dat organisaties de reële – vaak veel lagere – boekwaardes opnemen.”

Leegstand en start-up ruimtes

En wat gebeurt er dan met die panden, die niet meer verhuurd kunnen worden? Adriaanssen verwacht dat die panden de komende jaren steeds meer gebruikt gaan worden om start-up ruimtes voor nieuwe bedrijvigheid in onder te brengen. “De overheid zou hierbij een faciliterende rol kunnen spelen door flexibel met bestemmingsplannen om te gaan. In het verleden waren die vaak in beton gegoten, waardoor je monofunctionele gebieden kreeg. Dat is echter achterhaald en bovendien slecht voor de leefbaarheid. Nu moet de overheid samen met partners gaan kijken hoe je zo’n gebied leefbaar en vitaal kunt houden of maken.”

Het betekent voor de gemeenten een andere focus: “In het verleden lag de focus vooral op uitbreidingslocaties: die waren nieuw, mooi en sexy. Nu zal de focus echter op de bestaande omgeving moeten liggen, vaak ook op gebieden met een kleinere schaal. Misschien minder sexy, maar wel hard nodig.”

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform