Logo

FMM.nl is vanaf nu F-Facts.nl

  • Opinie
  • 10 november 2017

Rijksoverheid in de fout met de aanbesteding van duurzaam geproduceerd kantoormeubilair?

Onlangs heeft de rechtbank Den Haag in een kort geding procedure moeten oordelen of de rijksoverheid in de fout is gegaan met de aanbesteding van duurzaam geproduceerd kantoormeubilair. Met de opdracht was – naar verluidt - 80 miljoen euro gemoeid. De zaak kreeg dan ook de nodige media aandacht. Op 26 oktober 2017 deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag de volgende uitspraak.

Rijkswaterstaat had een Europese openbare aanbesteding gehouden betreffende een opdracht voor circulair kantoormeubilair. Onder andere Drentea, Rohde & Grahl (R&G) en Gispen hadden zich ingeschreven op de aanbesteding. Rijkswaterstaat was voornemens de opdracht deels aan R&G te gunnen en deels aan Gispen. Drentea kan zich daarin niet vinden en startte een kort geding procedure tegen de Staat der Nederlanden. Drentea verzocht de rechtbank om Rijkswaterstaat te gebieden (i) om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, (ii) om de opdracht aan Drentea en niemand anders te gunnen, (iii) dan wel om over te gaan tot herbeoordeling, hermotivering, dan wel het opnieuw aanbesteden van de opdracht.

Drentea voerde aan dat alle inschrijvers bij inschrijving aan eis 89 uit het Inschrijvings- en beoordelingsdocument (het I&B-document) diende te voldoen. Eis 89 – van de in totaal 327 gehanteerde eisen – luidde kort samengevat: “Herkomst materiaal: Duurzaam hout: Te leveren hout of hout verwerkt in te leveren (hout)producten dient te voldoen aan de Dutch Procurement Criteria for Timber die zijn vastgelegd in de TPAS […] Hout voldoet in elk geval aan de criteria indien het is gecertificeerd […] Daarnaast kan de inschrijver ander bewijs leveren […] waaruit blijkt dat aan de gestelde minimumeis is voldaan. […]”  Ten tijde van de inschrijving beschikte Drentea over voornoemde certificering. R&G en Gispen niet. Op een andere wijze bewijs leveren dat aan voornoemde eis is voldaan was moeilijk en tijdrovend, aldus Drentea. Reden waarom Drentea ervan uitging dat (de inschrijvingen van) R&G en Gispen niet aan voornoemde eis voldeden, dat Rijkswaterstaat zulks onvoldoende heeft onderzocht, dan wel onvoldoende heeft gemotiveerd.

Uitvoeringeis?

Rijkswaterstaat stelde daarentegen dat eis 89 een uitvoeringseis is. Dat brengt mee dat pas ten tijde van de levering behoeft te worden beoordeeld of R&G en Gispen aan die eis voldoen. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt. De juistheid daarvan volgt uit de systematiek van de aanbesteding en hetgeen vermeld staat in de overgelegde stukken. Het I&B document vermeldt immers dat het programma van eisen, eisen omvat die gesteld worden aan de levering. Eis 89 stelt eisen aan het te leveren hout of aan het hout verwerkt in de te leveren producten. Je kunt pas voor het eerst vaststellen na een levering of het geleverde hout voldoet. De enkele omstandigheid dat een bedrijf van een inschrijver over een certificaat beschikt van een goedgekeurde commissie is niet voldoende. Een gecertificeerd bedrijf kan immers ook niet gecertificeerde houtproducten aanbieden. Dus er moet altijd gecontroleerd worden of er op het leveringsdocument een claim staat betreffende de certificering van het geleverde. Ook het in eis 89 geboden alternatief om te bewijzen dat aan de gestelde eis wordt voldaan kan pas plaatsvinden bij of na levering. Eerder is ook niet bekend welk hout exact is geleverd. Ook het door Rijkswaterstaat in de Nota van Inlichting gegeven antwoord dat alle eisen knock-out criteria zijn, maakt nog niet dat inschrijvers bij de inschrijving ten aanzien van alle eisen al moeten aantonen dat zij daaraan op dat moment voldoen. Daaruit volgt enkel dat niet tot gunning kan worden overgegaan aan een partij die niet aan de eisen kan voldoen (hetgeen bijvoorbeeld zou kunnen blijken uit een gemaakt voorbehoud), aldus de voorzieningenrechter.

Als uitgangspunt dient dan ook te worden uitgegaan van de juistheid van de verklaringen van R&G en Gispen dat zij aan eis 89 zullen voldoen. Dat is slechts anders indien er op voorhand concrete aanwijzingen zijn dat zij hun inschrijvingen niet kunnen waarmaken. Dergelijke concrete aanwijzingen waren echter gesteld noch gebleken. R&G en Gispen hadden bovendien ook gesteld dat hun leveranciers wel beschikten over de vereiste certificaten en dat R&G en Gispen inmiddels ook zelf gecertificeerd waren. Daardoor is het ook aannemelijk dat zij aan de eis kunnen voldoen en zulks ook kunnen bewijzen. De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Drentea af.

R&G en Gispen hadden de rechtbank verzocht om in de procedure tussen Drentea en Rijkswaterstaat te mogen tussenkomen, hetgeen werd toegestaan. Zij hadden daartoe een belang. R&G en Gispen wilde namelijk voorkomen dat de opdracht aan Drentea zou worden gegund, welk doel is bereikt. Reden waarom Drentea als de in het ongelijk gestelde partij niet alleen veroordeeld werd in de proceskosten van Rijkswaterstaat, maar ook in die van R&G en Gispen.

Conclusie

Deze uitspraak toont wederom aan dat het van belang is om goed te kijken om wat soort eis het gaat. Bij een uitvoeringseis volstaat een verklaring van de inschrijver voorafgaand aan de opdracht waaruit blijkt dat de inschrijver overeenkomstig het bestek zal uitvoeren, tenzij op voorhand duidelijk is dat de inschrijver niet aan de uitvoeringseisen zal kunnen voldoen en tekort zal schieten.

Producttips