Logo
  • Opinie
  • 6 februari 2020

Smart building: eerst weten, dan meten

De markt van slimme gebouwtechnologie ontwikkelt zich met een sneltreinvaart. Buzzwords zoals slimmere gebouwen, gezonde gebouwen en smart buildings en -grids vliegen ons om de oren. Echter staat de technologie en de toepassing daarvan nog in de kinderschoenen. De toepassingen van vandaag zijn morgen alweer verder ontwikkeld. Welke data gebruik je nu echt?

Het is gemakkelijk om een kantoor vol te hangen met de technologie om zodoende een hele bak met data te verzamelen. Maar het is eerst van belang dat je als opdrachtgever vooraf goed nadenkt wat je wilt weten. Het toepassen van slimme gebouwtechnologie kan vervolgens een oplossingsrichting zijn die de waarde gaat toevoegen en de investering waard is.

Wie is de gebruiker van de data?

Het is dus belangrijk om vooraf te achterhalen wat je wilt weten voordat je gaat meten. Het toepassen van slimme technologieën is namelijk geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Dit doel kan een gezonder werkklimaat zijn, energiebesparing, het vinden van een vergaderzaal of collega zonder te zoeken of het meten van de benutting van een ruimte. Om te achterhalen voor welk doel de data gaat dienen, is het nodig om achter het belang te komen van de (eind)gebruiker van de data. Zo heeft een werknemer een ander belang dan de gebouweigenaar. En kan de huurder weer een ander belang hebben dan de facilitair manager. Een voorbeeld; het meten van het gebruik van een vergaderzaal in een kantoor kan per "gebruiker" verschillen:

  • Werknemer: hoe kan ik zo snel mogelijk een vrije vergaderzaal vinden?
  • Gebouweigenaar: hoe kan ik energie besparen in de vergaderzaal?
  • Facilitair manager: hoe kan ik de no-shows in de vergaderzaal omlaag brengen?
  • Facilitair/HR: hoe zorg ik ervoor dat het klimaat in de vergaderzaal optimaal blijft?
  • Leverancier: is het nodig om de vergaderzaal vandaag wel of niet schoon te maken?

Wat leveren de uitkomsten mij op?

Wanneer het doel helder is, is het tijd om stil te staan bij de vraag of slimme gebouwtoepassing überhaupt wel de juiste oplossing is. Vraag je jezelf goed af: Levert de toepassing van slimme gebouwtechnologie echt toegevoegde waarde op? Zo is het terugdringen van no-shows niet altijd opgelost door alle vergaderzalen vol te hangen met sensoren. Wellicht dat gedragsinterventies juist een sterker effect hebben. Denk bijvoorbeeld aan het maken van gezamenlijke afspraken, het opstellen van (ongeschreven) regels of het toepassen van nudging (een duwtje in de goede richting) door het inzichtelijk maken van de kosten van niet komen opdagen van de medewerker.

Vraaggestuurd of aanbodgedreven?

Aan het begin van dit blog werd het al beschreven; de markt is constant in ontwikkeling. Hoe weet de klant wat hij moet weten? Wellicht dat de markt al nieuwe toepassingen heeft ontwikkeld die nieuwe inzichten bieden waar de klant nog niet eerder aan heeft gedacht. Moet de eindgebruiker daarom niet worden geïnspireerd door de markt? Organisaties die een nieuwsgierige houding aannemen raken het snelst bekend met de nieuwste toepassingen. Een aantal organisaties zijn zich bewust van de snelle ontwikkeling van de technologie en nemen daadwerkelijk deze nieuwsgierige houding aan. Grote multinationals zoals Booking.com, Deloitte en Microsoft zitten voor op de golf. Ze staan open voor pilot projecten van verschillende aanbieders. Op deze manier raken ze op kleine schaal bekend met de techniek. Werkt deze niet, dan is er een kleine investering gedaan. Biedt de techniek toegevoegde waarde, dan is er ruimte om op te schalen. Het credo luidt: niet top-down implementeren maar bottom-up experimenteren.

Bron: TwynstraGudde

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform