Logo
  • Opinie
  • 15 oktober 2018

Onderzoek: deze factoren beïnvloeden de werkplekervaring

Iets minder dan 60 procent van de werknemers geeft aan dat zijn werkomgeving hem in staat stelt productief te kunnen werken. Voor vier op de tien werknemers komt de organisatie dus niet optimaal tegemoet aan deze behoefte. De vraag is dan aan welke aspecten je als organisatie moet voldoen om de workplace experience van je werknemers wél optimaal te maken.

We bevinden ons midden in een revolutie waarbij een aantal merken de standaarden verlegt van de manier waarop wij, als consumenten, hun producten en diensten ervaren. Denk aan merken als Uber, Apple of Sonos. Hierdoor worden de verwachtingen die medewerkers voor hun werkplek hebben eveneens beïnvloed.

Een goed voorbeeld hiervan ook is de koffie. Doordat we in onze vrije tijd overal de heerlijkste latte macchiato’s kunnen drinken, verwachten we die kwaliteit ook op ons werk. Daarbij gaat het als je koffiedrinkt bij Starbucks niet alleen over de kwaliteit maar over de gehele ervaring. Hetzelfde geldt voor videoconferenties: nu de kinderen tegenwoordig met opa en oma kunnen facetimen terwijl je met het gezin op vakantie bent aan de andere kant van de wereld, verwacht je ook een dergelijke ervaring op je werk.

Managementteams moeten accepteren dat ervaring van een werkomgeving per definitie subjectief is. Maar het is wel de mening van de belangrijkste mensen in de organisatie: de werknemers. Toch geeft maar 59,9 procent van die werknemers aan dat zijn werkomgeving hem in staat stelt productief te kunnen werken.

Werkomgevingservaring: 3 componenten

Uit het nieuwe wereldwijde onderzoek The Workplace Experience Revolution onder meer dan 400.000 werknemers blijkt dat de manier waarop werknemers de werkomgeving ervaren is onder te verdelen in drie verschillende clusters: doen, zien en voelen. De werknemer heeft de allerbeste werkomgevingservaring als hij tevreden is over alle drie die componenten. Gaat het op een van de vlakken mis, dan is het vrij zeker dat dit het algehele enthousiasme van de werknemer over de werkomgeving ondermijnt. Wat houden deze drie clusters in?

Doen – hier staat dingen gedaan krijgen centraal. Enerzijds gaat het om de vraag of de werkomgeving medewerkers (volgens henzelf) in staat stelt productief te werken. Anderzijds of het een prettige omgeving is die het mogelijk maakt kennis en ideeën uit te wisselen met collega’s. ‘Doen’ gaat dus verder dan individuele productiviteit.

Zien – hier gaat het om imago en duurzaamheid. Imago is een van de belangrijkste elementen om klanten aan te trekken, maar zeker ook om talenten binnen te halen. Het is dus belangrijk dat de werkomgeving een positieve impact heeft op dit imago. Daarnaast verwachten we van organisaties steeds meer dat ze ethisch te werk gaan, wat een reden kan zijn waarom duurzaamheid sterk is gelinkt aan het imago van een organisatie.

Voelen – hier draait het om trots en (organisatie)cultuur. Cultuur is belangrijk. Hoe een organisatie omgaat met de werkomgeving heeft ook te maken met hoe ze haar werknemers waardeert. Reden waarom werknemers trots linken aan de organisatiecultuur. Is de werkomgeving bijvoorbeeld een plek waar de werknemer met trots bezoekers ontvangt?

Een hoge score op de combinatie van doen, zien en voelen betekent dat werknemers zich echt ondersteund voelen om hun werk optimaal te kunnen uitvoeren.

Dertien super drivers

Vervolgens is er geanalyseerd welke factoren deze clusters het meest beïnvloeden, waarbij is gefocust op activiteiten, de fysieke omgeving en faciliteiten. Bij elkaar leidde dit tot dertien super drivers, die de kern vormen van hoe de werknemer zijn werkomgeving ervaart: de workplace experience.

Zo blijkt de factor ‘individueel geconcentreerd werken aan een bureau’ niet alleen een sterke impact te hebben op ‘doen’, maar net zo goed op ‘zien’ en ‘voelen’. Als de werkomgeving dit niet goed ondersteunt, voelen medewerkers zich niet alleen niet in staat gesteld om productief te zijn, maar zegt het ook iets over de trots die zij ervaren over hun werkomgeving. Of in dit geval over het gebrek hieraan.
‘Ontspannen en pauzeren’ is ook een interessante, aangezien de mogelijkheid dit te kunnen doen een noodzakelijke voorwaarde is voor werknemers om optimaal te kunnen presteren (dingen gedaan te krijgen). Maar het hangt af van de (organisatie)cultuur of ze dit ook daadwerkelijk kunnen doen.

Het ecosysteem van een werkomgeving is complex en de meeste factoren in de fysieke omgeving en faciliteiten hangen sterk met elkaar samen. Echter, bepaalde factoren hebben dus een grotere impact op hoe de werkomgeving wordt ervaren. Deze dertien super drivers geven organisaties richting bij de vraag waarop ze moeten focussen, willen ze hun werknemers een werkomgeving bieden die hun helpt effectief te kunnen werken. Zijn deze zaken op orde, dan is er een sterke fundering om medewerkers optimaal te laten presteren. Uiteraard verschillen de uitkomsten in de praktijk per organisatie net iets en zijn de oplossingen afhankelijk van het DNA, de cultuur en het budget van de organisatie en bovenal van het verwachtingspatroon van uw medewerkers.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform