Logo
  • Opinie
  • 6 september 2018

Mag je nakoming vorderen van oorspronkelijke afspraken als onderhandelingen over aanpassing zijn vastgelopen?

Een contractueel beding tussen partijen is niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Maar wanneer is daar nou sprake van? Kan het feit dat partijen onderhandeld hebben over aanpassing van een bepaalde afspraak bijvoorbeeld maken dat je daarna geen nakoming meer kan vorderen van de oorspronkelijke afspraak?

Die vraag kwam aan bod in een recent arrest.

Hermitage Café Amsterdam B.V. (het ‘museumcafé’) en Stichting Hermitage aan de Amstel (‘Stichting’) zijn een samenwerkingsovereenkomst met elkaar aangegaan. Op grond van deze overeenkomst runt het museumcafé horecagedeelten in gebouwen van de Stichting, waaronder een restaurant. Het museumcafé betaalt hiervoor een vast bedrag per jaar aan de Stichting alsmede een variabele vergoeding welke gekoppeld is aan de door het museumcafé gerealiseerde omzet. Partijen zijn een verplichte avondopenstelling overeengekomen die niet rendabel blijkt. Na eerst, in overleg de verplichte avondopenstelling verminderd te hebben, hebben partijen onderhandeld over afschaffing van de verplichte avondopenstelling en aanpassing van de vaste en variabele vergoeding. Het overleg tussen partijen heeft geresulteerd in diverse voorstellen over en weer. In die voorstellen was steeds opgenomen dat het restaurant in de avonduren gesloten zou zijn voor publiek en dan exclusief ter beschikking zou staan aan sponsors en relaties van het museum. Partijen konden het echter niet eens worden over een aanpassing van de vaste en variabele vergoeding, waardoor de onderhandelingen zijn vastgelopen.

Het geschil

De Stichting houdt vervolgens het museumcafé aan de oorspronkelijke overeenkomst en sommeert het museumcafé om het restaurant in de avonduren weer te openen voor het publiek. Aan die sommatie geeft het museumcafé geen gehoor, waarna een procedure volgt. In die procedure vordert de Stichting ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst, ontruiming van de horecagedeelten en veroordeling van het museumcafé tot schadevergoeding. In eerste aanleg wijst de rechter de vorderingen van de Stichting toe, waarna het museumcafé de horecagedeelten ontruimt. In hoger beroep vernietigt het Hof voornoemd vonnis, worden de vorderingen van de Stichting alsnog afgewezen en wordt de Stichting veroordeeld tot betaling van de door het museumcafé als gevolg van de ontbinding en ontruiming geleden schade. Het Hof oordeelt namelijk dat het beroep van de Stichting op de overeengekomen avondopenstelling voor het publiek in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit gelet op de onderhandelingen waarin partijen het er eigenlijk wel over eens waren dat de – volgens de overeenkomst – verplichte avondopenstelling achterhaald was. Daarnaast bepaalde de overeenkomst dat deze slechts tussentijds kon worden opgezegd in bepaalde gevallen, waaronder het geval dat er een ernstig geschil over de kwaliteit van de bedrijfsvoering is en partijen dat geschil niet in goed onderling overleg, althans door inschakeling van de mediator, hebben kunnen beslechten. Het feit dat de Stichting het geschil nog niet had voorgelegd aan een mediator, acht het Hof tevens een relevante omstandigheid. In de gegeven omstandigheden, in onderling samenhang beschouwd, wordt het beroep van de Stichting op de overeengekomen avondopenstelling voor publiek onaanvaardbaar geacht. Hetgeen maakt dat de Stichting niet tot ontbinding en ontruiming mocht en kon overgaan.

De Stichting stelde nog beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof, maar de Hoge Raad verwierp dat beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet heeft miskend dat de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid vereist dat rekening moet worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Daarnaast was het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk.

Conclusie

Voornoemd arrest – en dan met name het feitelijk oordeel van het Hof - laat zien dat in bepaalde gevallen de redelijkheid en billijkheid in de weg kunnen staan aan een beroep op een contractuele afspraak. Of dit in een bepaalde situatie het geval is, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform