Logo
  • Opinie
  • 1 september 2020

Heeft een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven ondertekening?

Steeds meer organisaties stappen over op volledige elektronische processen. Contracten worden bijvoorbeeld digitaal gesloten, waarbij een gescande handtekening bijvoorbeeld in het document als afbeelding wordt geplakt. Maar heeft een elektronische handtekening nou wel dezelfde waarde als een “natte handtekening” op een papieren document? Het juridische verschil tussen dit soort handtekeningen komt vooral naar voren in procedures, waar het aankomt op bewijs(kracht). Ter illustratie de volgende recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

In deze zaak heeft een financieringsmaatschappij telefonisch en per e-mail contact gehad met twee personen die zich voordeden als een bestuurder van de onderneming. De financieringsmaatschappij heeft onderzoek gedaan naar de identiteit en bevoegdheid van de contactpersonen. Op basis van dit onderzoek heeft de financieringsmaatschappij onder andere een koopovereenkomst naar de twee contactpersonen gestuurd. De financieringsmaatschappij ontving de koopovereenkomst elektronisch ondertekend retour. Als de onderneming en diens bestuurders hun verplichtingen niet nakomen, neemt de financieringsmaatschappij contact op met de onderneming en de twee bestuurders. Zij stellen echter dat zij de overeenkomst niet hebben getekend en dat zij onbevoegd vertegenwoordigd zijn, vermoedelijk door een ex-werknemer. De financieringsmaatschappij start vervolgens een procedure waarin zij primair nakoming van het boetebeding uit de koopovereenkomst vordert. Aangezien de financieringsmaatschappij zich op de rechtsgevolgen van de overeenkomst beroept, rust op haar de last om het bestaan van de overeenkomst te bewijzen. De financieringsmaatschappij heeft de koopovereenkomst in de procedure ingebracht. Daarop staan elektronische handtekeningen, waardoor de vraag rijst welke rechtsgevolgen die handtekeningen hebben.

Elektronische handtekeningen: de regels

De wet onderscheidt – in lijn met de Europese EIDAS-verordening  - drie soorten elektronische handtekeningen:

  • de (gewone) elektronische handtekening (denk bijvoorbeeld aan een ingescande handtekening die als een afbeelding in een document of e-mail wordt geplakt);
  • de geavanceerde elektronische handtekening (dit is een elektronische handtekening die aan vier eisen voldoet, geformuleerd in artikel 26 van de EIDAS-verordening);
  • de gekwalificeerde elektronische handtekening (dit is een geavanceerde handtekening die naast de vier eisen voor geavanceerde elektronische handtekeningen ook nog aan twee aanvullende eisen voldoet, namelijk dat zij is aangemaakt met een gekwalificeerd middel en gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat).

Een gekwalificeerde elektronische handtekening heeft hetzelfde rechtsgevolg als een handgeschreven handtekening. Bij de (gewone) elektronische handtekening en een geavanceerde elektronische handtekening is dit pas het geval wanneer de methode die voor ondertekening is gebruikt voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en gelet op alle overige omstandigheden van het geval (art. 3:15a Burgerlijk Wetboek (BW)).

Oordeel rechtbank

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat de door de financieringsmaatschappij gevolgde methode voor ondertekening onvoldoende betrouwbaar was. De financieringsmaatschappij had het handelsregister van de Kamer van Koophandel gecontroleerd en kopieën van identiteitsbewijzen van de bestuurders en een kopie van de bankpas van de onderneming opgevraagd. Dit leverde volgens de rechtbank alsnog een groot risico op van identiteitsfraude door personen die de beschikking hebben over e-mailadressen, persoonsgegevens van bestuurders en bankgegevens van een vennootschap. Dit geldt in het bijzonder als partijen nog niet eerder met elkaar gecontracteerd hebben en elkaar niet in persoon hebben ontmoet. In dat soort gevallen moet men extra bedacht zijn op fraude en is het raadzaam om bij elektronische ondertekening gebruik te maken van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3:15a BW. In deze zaak was niet gesteld of gebleken dat de financieringsmaatschappij daarvan gebruik had gemaakt. De door de financieringsmaatschappij overgelegde overeenkomst had om die reden geen dwingende maar vrije bewijskracht, aldus de rechtbank. Dat betekent dat de rechter zelf mag bepalen welke waarde hij aan de overeenkomst toekent. Gelet op de stellige ontkenning van de ondertekening door de twee bestuurders, werd geoordeeld dat de financieringsmaatschappij (nog) niet had voldaan aan de op haar rustende bewijslast. Zij werd wel toegelaten om alsnog bewijs te leveren van haar stelling dat de overeenkomst is ondertekend door de bestuurders. Als de financieringsmaatschappij daarin slaagt, dan zal komen vast te staat dat er een overeenkomst tot stand is gekomen en ligt haar primaire vordering voor toewijzing gereed.

Conclusie

De zaak laat goed zien wat de risico’s van elektronische handtekeningen kunnen zijn. Zorg bij belangrijke overeenkomsten dus voor een natte handtekening of een gekwalificeerde elektronische handtekening. Dit zodat de overeenkomst dwingend bewijs oplevert tussen de contractspartijen van de inhoud van de overeenkomst. Tegen dat dwingend bewijs staat wel tegenbewijs open, maar in dat geval zal de wederpartij het tegenbewijs moeten leveren, hetgeen voor u(w onderneming) een fijnere (bewijs)positie is.

Als u vragen heeft over dit onderwerp, aarzel dan niet om contact op te nemen met Barbara Mutsaers, advocaat bij AKD Benelux Lawyers (bmutsaers@akd.nl, 088-253 5633).

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform