Logo
  • Opinie
  • 6 april 2020

Corona: de gevolgen en de invloed daarvan op commerciële contracten

De impact van het coronavirus (COVID-19) is enorm en houdt tal van ondernemingen bezig. Het is echter niet de eerste crisis waar de (zakelijke) markt mee geconfronteerd wordt. Naast de economische crisis, zijn in het verleden ook diverse bedrijven getroffen door de gevolgen van Severe Acute Respiratory Syndrome (SARS) en de vogelgriep. Uit die andere crisissen en de jurisprudentie die naar aanleiding daarvan is gewezen, zijn diverse conclusies te trekken.

Doe uw voordeel daarmee, want het recht is helaas niet zwart of wit. Wat uw rechten en verplichtingen zijn jegens uw afnemers, leveranciers, opdrachtgevers en/of -nemers hangt af van de omstandigheden van het geval. Met de voorbeelden in dit blog geven wij u guidance, zowel ten aanzien van bestaande als nog te sluiten overeenkomsten, zodat u weet wat u kunt doen, om de zakelijke gevolgen van corona – en daarmee de schade - te beperken.

Gewijzigde (economische) omstandigheden

We zien dat corona – maar ook andere crisissen – een grote impact heeft. De productie van bepaalde producten ligt stil of is vertraagd, waardoor leveranciers niet aan hun leveringsverplichtingen kunnen voldoen. De vraag naar producten in de markt is afgenomen en/of de marktprijs is gedaald, waardoor een afnemer geen of minder behoefte heeft aan producten en/of diensten (tegen de overeengekomen prijs).
Deze gevolgen zagen we ook bij de kredietcrisis – men wilde bouwprojecten staken, de koop van kavels annuleren etc. – en bij de vogelpest – men wilde geen of minder eieren afnemen, al dan niet tegen lagere prijzen. De kredietcrisis, die in 2007/2008 aanvang had en gedurende lange tijd een grote impact heeft gehad op (onder meer) de Nederlandse vastgoedsector, leerde ons dat contractspartijen er verstandig aan doen bij het sluiten van de overeenkomst al zoveel mogelijk te anticiperen op schommelingen in de markt (door middel van financieringsvoorbehouden, ontbindende voorwaarden, annuleringsclausules, uitstelmogelijkheid, hardships-clausules, heronderhandelingsclausules, of prijsherzieningsclausules). Ons advies, maak gebruik van deze opties bij nieuwe overeenkomsten, want er is nog veel onzekerheid.

Voorkomen

Voorkomen moet worden dat overeenkomsten worden aangegaan waarvan men nu al weet of kan voorzien dat men die niet zal kunnen nakomen. Een bestuurder die namelijk een verplichting aangaat namens de vennootschap terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade, loopt het risico op aansprakelijkheid. De bestuurder is in een dergelijk geval persoonlijk aansprakelijk wanneer hem persoonlijk een verwijt treft omdat de tekortkoming in de nakoming door de rechtspersoon ten tijde van het aangaan van de verplichting voorzienbaar was.

Afhankelijkheid

Door het coronavirus wordt Nederland ook met haar neus op de feiten gedrukt; namelijk dat we voor de productie en levering van diverse producten afhankelijk zijn van leveranciers in andere landen. Zoals mondkapjes, nu Nederland geen fabrieken op dat gebied heeft, maar we zagen het ook een tijd geleden toen er een tekort was aan (grondstoffen) voor geneesmiddelen. Ons advies, voorkom afhankelijkheid van één leverancier, één afnemer of leveranciers gevestigd in hetzelfde land. Soms is het simpelweg niet mogelijk om nog een andere leverancier te hebben. Denk bijvoorbeeld als er intellectuele eigendomsrechten spelen of als het om zeer specifieke kennis gaat dat er echt maar één partij is die het kan. Maar waar mogelijk zorg bij inkoop minimaal voor dual sourcing en aan de verkoopkant voor een betere spreiding in het klantenbestand of uitbreiding van uw markt.

SARS

Want let wel, voor overeenkomsten die vanaf heden worden gesloten is het coronavirus niet meer een situatie die partijen niet hadden kunnen voorzien. De China International Economic & Trade Arbitration Commission wees in een arbitragezaak1 een beroep op overmacht – meer specifiek artikel 79 van het Weens Koopverdrag 2 – af. In die zaak had SARS een impact op de productie en operatie van de verkoper, waardoor de verkoper haar verplichting uit hoofde van koopovereenkomst niet kon nakomen. De uitbraak van het SARS-virus vond twee maanden voor de ondertekening van het overeenkomst plaats. Onder deze omstandigheden leverde de uitbraak van SARS geen onbekende/onverwachte gebeurtenis op. Geoordeeld werd dat ten tijde van het aangaan van de overeenkomst, de verkoper voldoende gelegenheid had gehad om rekening te houden met de impact van SARS in China, waardoor dit niet werd gekwalificeerd als een verhindering.

Beheersrisico’s

Besteed bij nieuwe contracten dan ook aandacht aan epidemieën. Maak de risico’s beheersbaar. Neem expliciet op of een epidemie of pandemie al dan niet onder overmacht valt en welke rechten en/of verplichtingen een bepaalde partij in een dergelijk geval heeft? Is er enkel sprake van overmacht bij een onmogelijkheid of ook als (gedeeltelijke) nakoming onredelijk belastend is voor één van de partijen als gevolg van een bepaalde overmachtssituatie? Leg vast of een leverancier het recht heeft om de prijs aan te passen als bijvoorbeeld factoren die de inkoopprijs bepalen stijgen? Bepaal of een leverancier een minimale voorraad dient aan te houden om tijdelijke leveringsproblemen bij zijn toeleverancier op te kunnen vangen, zodat hij zijn leveringsverplichtingen tegenover jou gedurende die periode kan nakomen? Bij vertraging in de levering, mag de afnemer dan een andere vorm van transport bepalen (bijvoorbeeld in plaats van transport per schip, per vliegtuig) en voor wie zijn de kosten in dat geval? Denk hierover na en maak afspraken hierover. Maar denk ook aan mededelingsplichten. Is de schuldenaar die zich geconfronteerd ziet met een verhindering buiten zijn macht waardoor hij tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, verplicht om de schuldeiser van de verhindering (onmiddellijk) in kennis te stellen en de gevolgen daarvan? En wat zijn de gevolgen als hij dat niet doet.

Artikel 79 van het Weens Koopverdrag bevat overigens expliciet een meldingsplicht voor de schuldenaar. Overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen dit moet gebeuren (of het niet ontvangen van de mededeling door de schuldeiser) leidt ertoe - in gevallen waarin het Weens Koopverdrag toepassing is en daarvan niet is afgeweken  - tot aansprakelijkheid voor schade, doch uitsluitend voor zover deze het gevolg is van het niet tijdig ontvangen van de melding. De schuldenaar zal in dat geval de extra schade moeten betalen die voortvloeit uit de omstandigheid dat de schuldeiser niet in staat is om tijdig naar alternatieven om te zien, of een dekkingskoop te sluiten. Als een leverancier voorziet dat hij niet (tijdig) gaat nakomen, dan is het in sommige gevallen aan te bevelen om zulks tijdig aan de schuldeiser te communiceren en deze te wijzen op haar schadebeperkingsplicht, ook als er geen expliciete meldingsplicht is. Dit om de redenen als voornoemd.

Overmacht

Het Nederlandse Burgerlijke Wetboek (BW) – te weten artikel 6:75 BW 4, alsook het beroep op de tenzij bepaling van artikel 6:74 BW – geeft een schuldenaar onder omstandigheden een overmachtsverweer. Een geslaagd beroep op overmacht ex artikel 6:75 BW leidt ertoe (i) dat een vordering tot nakoming – tijdelijk of definitief – afgewezen zal worden, (ii) dat een schuldeiser geen recht heeft op schadevergoeding als de tekortkoming de schuldenaar niet toerekenbaar en (iii) dat de schuldeiser bevoegd is de wederkerige overeenkomst waaruit de geschonden verbintenis voortvloeit in bepaalde gevallen te ontbinden, als gevolg waarvan hij van zijn eigen verbintenis – zoals een afname- of betalingsverbintenis – wordt bevrijd.5 Partijen kunnen echter van artikel 6:75 BW, artikel 6:74 BW alsook artikel 79 van het Weens Koopverdrag afwijken – hetgeen regelmatig voorkomt - en dus bijvoorbeeld de rechten beperken, uitbreiden of overmacht concretiseren. Maar vallen tekortkomingen veroorzaakt door het coronavirus nou wel of niet onder overmacht in de zin van de wet?

Prestatie

Ook ingeval van ziekte geldt in beginsel dat als de ziekte voorzienbaar was op het moment van de contractsluiting het beroep op overmacht om die reden niet mogelijk zal zijn. Wanneer de prestatie niet noodzakelijkerwijs door de schuldenaar zelf moet worden verricht (art. 6:30 BW) (bijvoorbeeld het leveren van bepaalde goederen), zal ziekte (door corona) niet altijd een beroep op overmacht opleveren. Zo is bijvoorbeeld in andere zaken geoordeeld dat een schuldenaar een derde had kunnen inschakelen om de levering te verrichten.6  Dit is anders wanneer het gaat om een prestatie die nu juist door de schuldenaar zelf moet worden verricht (bijvoorbeeld het zingen van een concert door Marco Borsato). Dan is er ingeval van ziekte sprake van onmogelijkheid van presteren en is de algemene opvatting dat deze verhindering niet aan de schuldenaar wordt toegerekend. Er moet dus goed gekeken worden of corona – bijvoorbeeld de wettelijke maatregelen die nu genomen zijn en de noodverordeningen – belemmeren dat de prestatie zelf wordt verricht.

In 2003 golden van overheidswege opgelegde beperkende maatregelen in verband met de vogelpest. Dit leidde tot diverse procedures over en betalingsverplichtingen tussen de leveranciers van broedeieren van kippen en broederijen waar eieren machinaal worden uitgebroed. In diverse uitspraken werd een beroep op overmacht van de broederij afgewezen. Uitgangspunt is dat overeenkomsten nagekomen moeten worden. De eieren waren afgenomen door de broederij, waardoor er aan de afnameverplichting was voldaan. Voor zover er al sprake zou zijn van onmacht om te betalen vanwege liquiditeitsproblemen, is dit een omstandigheid die naar verkeersopvattingen voor rekening van de betalingsonmachtige dient te blijven, aldus diverse hoven en rechtbanken. De conclusie was dan ook dat er in die gevallen van overmacht op grond van de wet geen sprake was en dat de broederijen hun betalingsverplichtingen na moesten komen.7 

Contractuele overmachtsbepaling

Of men een beroep kan doen in het geval van het coronavirus op een contractuele overmachtsbepaling hangt af van de uitleg en reikwijdte van de bepaling. In een zaak bij het Gerechtshof Arnhem werd nog eens duidelijk hoe belangrijk een goede contractuele overmachtsbepaling is. In de overeenkomst stond “Bij overmacht (b.v. oorlog) met als gevolg sterk dalende prijzen wordt er overleg gepleegd”. Toen in 2003 de vogelpest uitbrak, is de leverancier van broedeieren van kippen, met uitzondering van een stand-still periode, eieren blijven afleveren aan de broederij. De broederij verkoop de kuikens vervolgens aan mesterijen. De prijs voor kuikens daalde tijden de vogelpestperiode, terwijl de Astenhofprijs8 voor broedeieren gelijk bleef of zelfs licht steeg. Dat eerste was uiteraard van belang voor broederij, omdat zij uit de verkoop van kuikens haar winst moet halen. De broederij besloot om een lagere koopprijs te betalen voor de eieren dan de Astenhofprijs, ten onrechte. Het Gerechtshof stelt voorop dat de overeenkomst op zichzelf duidelijk is: de broederij moet voor de broedeieren de zogenoemde Astenhofprijs betalen. De contractuele overmachtsbepaling bood geen soelaas voor de broederij. De contractuele overmachtsbepaling zag namelijk in casu niet zozeer op het geval dat een der partijen niet in staat is een contractuele verplichting na te komen (de situatie waarin volgens de wet sprake kan zijn van overmacht), maar op het geval dat de algehele situatie zodanig is dat een of beide partijen hun contractuele verplichtingen niet goed kunnen nakomen, zoals in dit geval de vogelpestcrisis. Daarnaast kan de broederij met een beroep op deze bepaling alleen aanspraak maken op overleg en niet op een (eenzijdig door haar vastgestelde) prijsverlaging. De bepaling geeft immers alleen maar aan dat er “bij overmacht” overleg moet plaatsvinden, maar geeft verder geen sluitende regeling voor dat geval. En zoals hiervoor genoemd, was van overmacht op grond van de wet geen sprake.9

Onvoorziene omstandigheden

De Nederlandse wet – art. 6:258 BW - biedt de mogelijkheid aan rechters om op verzoek van partijen een overeenkomst te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten.10 Aan een dergelijke wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend. De wet bepaalt echter wel dat een wijziging of ontbinding niet wordt uitgesproken, voor zover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvatten voor rekening komen van degene die zich erop kan beroepen. Een beroep op het intreden van een onvoorziene omstandigheid wordt slechts bij (hoge) uitzondering gehonoreerd en valt of staat vaak bij een goede onderbouwing van de feiten. De uitspraken zijn dan ook vaak zeer casuïstisch. Dat zagen we bijvoorbeeld ook in een zaak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch tussen een exploitant van een pluimveebedrijf en een groothandel in eieren. Geoordeeld werd dat de partijen in deze zaak een omstandigheid als het uitbreken van de vogelpest niet in hun overeenkomst hadden voorzien. In zoverre kan het uitbreken van de vogelpest en daarmee samenhangende gevolgen als onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW worden beschouwd. Volgens de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie dient de rechter terughoudendheid te betrachten ten aanzien van de aanvaarding van een beroep op onvoorziene omstandigheden. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat de groothandel onvoldoende onderbouwd had waarom sprake is (geweest) van dusdanige omstandigheden dat van haar geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst verwacht mag worden. Het had op de weg van de groothandel gelegen feitelijke informatie te verstrekken over de financiële gevolgen van opslag, de hoogte van vergoedingsregelingen voor verschillende spelers in de markt etc., zodat een deugdelijke afweging had kunnen worden gemaakt wat de redelijkheid en billijkheid meebrengen. De groothandel had dergelijke feitelijke informatie niet verstrekt, waardoor haar beroep werd afgewezen.11 

Schuldeisersovermacht

We weten niet welke maatregelen er nog worden opgelegd als gevolg van het coronavirus. Ondanks de sluiting van EU-grenzen, is er nu nog een uitzondering voor goederenvervoer.  Maar als door overheidsregelingen niet meer tot afname van goederen of diensten kan worden overgegaan, dan kan een beroep op schuldeisersovermacht een uitweg bieden. De rechtbank Arnhem honoreerde een dergelijk beroep in de zaak waarbij vanwege de vogelpest een broederij niet in staat was om eieren af te nemen.12 Het was haar op grond van overheidsmaatregelen ter bestrijding van de vogelpest niet toegestaan de eieren naar haar bedrijf te laten vervoeren: haar bedrijf was in een ingesloten gebied gelegen. Dit betekent dat nakoming van de verbintenis is verhinderd door een beletsel aan de zijde van de broederij in haar hoedanigheid van schuldeiser. Als dit beletsel - een wettelijk verbod - haar kan worden toegerekend, is sprake van schuldeisersverzuim. Als dit beletsel haar niet kan worden toegerekend, is sprake van schuldeisersovermacht (art. 6:58 BW). De rechtbank Arnhem oordeelde dat het niet kunnen aannemen van de aangeboden prestatie ten gevolge van het wettelijke verbod niet aan de broederij kon worden toegerekend. Het beletsel is niet te wijten aan de schuld van de broederij en komt niet krachtens wettelijk voorschrift, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de broederij (vgl. art. 6:75 BW). Een plotseling en onvoorzienbaar gebod ter bestrijding van de vogelpest om de bedrijfsvoering geheel stil te leggen en de aanwezige eieren en kuikens te vernietigen en een verbod om eieren en kuikens naar het bedrijf aan en af te voeren, komt krachtens de verkeersopvattingen niet voor rekening van de schuldeiser die daardoor geen eieren kan afnemen, met name niet als in het bedrijf van de schuldeiser geen vogelpest is geconstateerd. Dit oordeel sluit aan bij de vergoedingsregeling die de overheid in het leven had geroepen, op grond waarvan bedrijven als de broederij aanspraak hebben op vergoeding van hun onevenredige schade, die niet voor hun rekening behoort te blijven. De rechtbank honoreerde het beroep van de broederij op schuldeisersovermacht. De rechtsgevolgen van schuldeisersovermacht zijn niet in de Nederlandse wet geregeld. Zij worden bepaald door de redelijkheid en billijkheid. De broederij had in rechte wijziging of ontbinding van de overeenkomst kunnen vorderen op grond van gewijzigde omstandigheden (art. 6:258 BW), maar zij heeft dat niet gedaan. De rechtbank legde de stellingen van de broederij aldus uit dat zij zich erop beroept dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst op grond van art. 6:248 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dat de eierleverancier genoegen diende te nemen met een lagere vergoeding per ei. De rechtbank honoreerde het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

In een zaak waarbij een broederij wel tot afname kon en was overgegaan, werd het beroep op (schuldeisers)overmacht om die reden verworpen door de rechtbank Zutphen.13 Wel achtte de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de broederij onverkort aan de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting te houden. Immers, als de broederij niet in staat was geweest om als gevolg van door de overheid opgelegde maatregelen voldoende mesters te vinden om de met de eieren uitgebroede kuikens uiteindelijk te kunnen afzetten, zou zij door overmacht niet hebben kunnen voldoen aan haar contractuele verplichting om de eieren af te nemen. Die overmacht zou tot gevolg hebben gehad dat de schade, die eisers alsdan zou hebben geleden doordat geen of niet alle eieren zouden zijn afgenomen, voor rekening en risico van eisers zou zijn gekomen. In dat geval zou immers wel sprake zijn geweest van schuldeisersovermacht. De broederij heeft echter – overigens mede in haar eigen belang – haar uiterste best gedaan om voldoende (andere) mesters te vinden. Onder die omstandigheden gaat het niet aan thans het hele risico van de gevolgen van de vogelpestcrisis bij de broederij te laten. Derhalve werd maar een deel van de gevorderde koopprijs toegewezen. Beide partijen moesten derhalve een deel van het risico dragen. Dus ook de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid kan een soelaas bieden in dit soort gevallen.

Goede gronden om te vrezen dat de wederpartij tekort schiet?

Indien u vermoedt of vreest dat uw leverancier of opdrachtnemer niet tijdig aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen, dan is het verstandig hier tijdig duidelijkheid over te verkrijgen, zodat u daarop kunt anticiperen. Een schuldeiser die goede gronden te vrezen heeft dat de schuldenaar in de nakoming zal tekortschieten, kan de schuldenaar een aanmaning ex artikel 6:80 lid 1 sub c BW sturen. Als de schuldenaar niet voldoet aan een dergelijke schriftelijke aanmaning met opgave van die gronden om zich binnen een bij die aanmaning gestelde redelijke termijn bereid te verklaren zijn verplichtingen na te komen, kan een schuldenaar bijvoorbeeld reeds voor opeisbaarheid schadevergoeding te vervanging van de prestatie vorderen of eventueel voortijdig ontbinden.

Pas ook op met het doen van vooruitbetalingen als u dergelijke vrezen heeft. Artikel 6:263 BW biedt een partij die verplicht is als eerst te presteren de bevoegdheid om de nakoming van haar verbintenis op te schorten, indien na het sluiten van de overeenkomst te harer kennis omstandigheden zijn gekomen, haar goede grond geven te vrezen dat de wederpartij haar daartegenover staande verplichtingen niet zal nakomen.

Tot slot

Bovenstaande opsomming van mogelijkheden en rechtspraak is geen uitputtend overzicht, maar is bedoeld om u enige guidance te geven. Aarzel niet om bij vragen contact op te nemen (bmutsaers@akd.nl of 088-253 5633). Wij staan voor u klaar voor eventuele vragen over overeenkomsten, geschillen daarover, maar wij hebben daarnaast ook veel ervaring bij het opstellen van (complexe) (internationale) commerciële contracten. En voorkomen is altijd beter dan genezen.

  1. China International Economic and Trade Arbitration Commission [CIETAC] (PRC), 5 maart 2005.
  2.   Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken ('Weens Koopverdrag') is van toepassing op internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken tussen partijen die in verschillende Staten gevestigd zijn, (a) wanneer die Staten Verdragsluitende Staten zijn; of (b) wanneer volgens de toepasselijke regels voor het internationaal privaatrecht het recht van een Verdragsluitende Staat van toepassing is. Onder andere Nederland, Duitsland, China (PRC) en de Verenigde Staten zijn partij bij het Weens Koopverdrag. Er zijn een aantal uitzonderingen, zoals is het Weens Koopverdrag niet van toepassing op consumentenkopen of koop van zeeschepen, luchtvaartuigen. Daarnaast geldt dat partijen in een overeenkomst of de toepasselijke algemene voorwaarden, het Weens Koopverdrag (of delen daarvan) kunnen hebben uitgesloten of daarvan zijn afgeweken.
  3.   Afwijkingen van artikel 79 van het Weens Koopverdrag, alsook artikel 6:76 BW, zijn zeer gebruikelijk in de (inter)nationale handel. Bepalingen omtrent overmacht (force majeure), onvoorziene omstandigheden (hardship) en aansprakelijkheid komen zeer veel voor. Denk ook bijvoorbeeld in algemene voorwaarden.
  4.   Dit artikel bepaalt dat een tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.
  5.   Volledigheidshalve, artikel 79 van het Weens Koopverdrag beidt een schuldenaar onder omstandigheden een overmachtverweeer tegen (alleen) de vordering tot schadevergoeding.
  6.   Zie in dit verband bijvoorbeeld Hof ’s Hertogenbosch, 14 januari 2014, JBO 2014/67, ECLI:NL:GHSHE:2014:21; de verkopers hadden derden kunnen inschakelen die de sloop uitvoerden en daarmee een tijdige levering van het pand kunnen bewerkstelligen
  7.   Zie onder andere Gerechtshof Arnhem 19 december 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ9788 en Rechtbank Zutphen 19 oktober 2005, ECLI:NL:RBZUT:2005:AU5519..
  8.   de basis voor uitbetaling van de broedeieren is de zogenoemde “Astenhofnotering” -
  9.   Gerechtshof Arnhem 19 december 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ9788.
  10.   Het artikel sluit toepassing in het geval de overeenkomst reeds geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd niet uit, zij het dat herziening van een reeds geheel uitgevoerde overeenkomst slechts zelden in overeenstemming met redelijkheid en billijkheid zal zijn (TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 969/70).
  11.   Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 1 april 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8909.
  12.   Rechtbank Arnhem 4 mei 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT6050.
  13.   Rechtbank Zutphen 19 oktober 2005, ECLI:NL:RBZUT:2005:AU5519.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform