Logo
  • Achtergrond
  • 21 augustus 2007
  • Paul Roelofsen

Prestatieverlies door lawaai op werkplek

Lawaai is een van de aspecten in de gebouwde omgeving die het welbevinden en het concentratievermogen aantast. Als gevolg daarvan gaan prestaties binnen het werk achteruit. Dat prestatieverlies gepaard gaat met veel geld mag duidelijk zijn als men zich realiseert dat de personele kosten in een organisatie een orde van grootte hoger zijn dan de huisvestingskosten.

Probleem wordt nog te weinig onderkend door management

Lawaai is een van de aspecten in de gebouwde omgeving die het welbevinden en het concentratievermogen aantast. Als gevolg daarvan gaan prestaties binnen het werk achteruit. Dat prestatieverlies gepaard gaat met veel geld mag duidelijk zijn als men zich realiseert dat de personele kosten in een organisatie een orde van grootte hoger zijn dan de huisvestingskosten.

Lawaai wordt vaak gedefinieerd als ongewenst geluid. Elk geluid dat ons hindert is in principe lawaai. Dit betekent dat niet het geluid zelf of het geluidsniveau maar de perceptie van de toehoorder bepaalt of een geluid als lawaai wordt ervaren. Dit is mede afhankelijk van de werksituatie op dat moment. Alledaags lawaai of een lawaaierige omgeving is dus geluid dat ons stoort en hindert in het uitvoeren van onze werkzaamheden. Door lawaai gaat men slechter presteren, vooral als het gaat om denkwerk (met name het kortetermijngeheugen) en werk waarbij creativiteit is vereist. Lawaai heeft een negatieve en soms naijlende invloed op prestatie en geheugen. Lawaai in kantoorruimten is een actueel probleem dat helaas nog steeds te weinig wordt onderkend door het management binnen ondernemingen 8.

15302_1klein.jpgTwee van de belangrijkste oorzaken van lawaai op de werkplek zijn de introductie van de open kantoorwerkplek en het toch zo transparant en open mogelijk uitvoeren van gesloten bedoelde kantoorwerkplekken. Het probleem groeit door de vergroting van de bezettingsgraad en de toename van gesprekken via bijvoorbeeld de computer en de speaker op de telefoon.

Het doel van dit artikel is om voornoemd probleem inzichtelijk te maken en aan te tonen in welke mate lawaai - in dit geval gesprekken rondom de open werkplek - van invloed is op de prestatie van mensen werkzaam in een open kantooromgeving.

De open kantoorruimte

Kantoorruimten kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld. Open kantoorruimten met een grote concentratie werkplekken, al of niet gescheiden door schermen en kasten en conventionele kantoorruimten waar de medewerkers hun eigen ruimte hebben gescheiden van de rest.

Open kantoorruimten worden om verschillende redenen geprefereerd. De werkplek binnen open kantoorruimten is meestal 50 procent kleiner dan in conventionele kantoorruimten. Aanpassingen in de indeling van een open kantoorruimte zijn makkelijker uitvoerbaar. Een open kantoorruimte is ook makkelijker te verhuren. Daarnaast worden de economische voordelen van een open kantoorruimte nog eens benadrukt door te wijzen op aspecten als: het verkorten van de werkafstanden en het bevorderen van de communicatie, de informatiestromen, de werkrelaties, werkbetrokkenheid, de transparantie en een frisse en moderne architectuur .

Vooral spraak blijkt storende geluidbron in open kantooromgeving

Matige akoestische situaties - aangaande bijvoorbeeld gespreksprivacy en moeilijke concentratie tengevolge van ongewenste gesprekken - worden op de strategische beslissingsmomenten binnen het huisvestingsproces niet serieus genomen omdat de verwachte economische en organisatorische voordelen van een open kantoorruimte zo evident zouden zijn; medewerkers worden geacht te zijner tijd gewend te raken aan het omgevingslawaai.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vooral spraak (intern overleg, telefoongesprekken) de meest storende geluidbron vormt binnen open kantoorruimten. Hierbij wordt het probleem niet zozeer gevormd door het gespreksvolume of de situatie dat verschillende medewerkers tegelijkertijd op normaal niveau op hun werkplekken (telefoon)gesprekken voeren, maar vooral door het verstaan van een gesprek dat afleidt. Als medewerkers eenmaal zijn afgeleid dan blijkt dat men gemiddeld tien minuten of meer nodig heeft om weer op hetzelfde concentratieniveau te komen als voor de afleiding. Helaas zijn er binnen een open kantoorruimte veel - bijna constant - afleidingen tengevolge van conversaties gedurende de dag 1. Het reduceren van de spraakverstaanbaarheid tussen de verschillende werkplekken in een open kantoorruimte is dus van groot belang

Verstaanbaarheid versus privacy

De spraakverstaanbaarheid in een ruimte is te evalueren aan de hand van de spraakverstaanbaarheidsindices SII (Speech Intelligibility Index) of STI (Speech Transmission Index). De SII 2 is afgeleid en in principe gelijk aan de STI 3, echter met een iets grotere nauwkeurigheid. De STI en SII zijn meet- en berekenbare grootheden voor de spraakverstaanbaarheid waarvan de waarde variëert tussen 0 (niet verstaanbaar) en 1 (uitstekend verstaanbaar). Spraak is gemoduleerd door een testsignaal met bepaalde spraakkarakteristieken; uitgaande van het gegeven dat spraak kan worden beschreven door een breedbandige witte ruis gemoduleerd met bepaalde fluctuatiefrequenties. Op de plaats van ontvangst wordt de modulatiediepte van het ontvangen signaal in een aantal frequentiebanden vergeleken met dat van het testsignaal. Het spraakverstaanbaarheidsverlies is gerelateerd aan de reductie in de modulatiediepte.

Spreekprivacy is het tegenovergestelde van spraakverstaanbaarheid en kan het best worden beschreven aan de hand van de Privacy Index, te weten: Privacy Index = 1 - Spraakverstaanbaarheidsindex [-].
De relatie spraakverstaanbaarheidsindex, spraakverstaanbaarheid en spreekprivacy is nader toegelicht in tabel 1.

Tabel 1. Vertaling van de spraakverstaanbaarheidsindex naar verstaanbaarheidskwalificaties 4

15302_2klein.jpg

Voor een acceptabele spreekprivacy wordt een spraakverstaanbaarheidsindex geadviseerd kleiner dan of gelijk aan 0,2 7. Voor het beoordelen van de spraakverstaanbaarheid tussen twee tegenover elkaar liggende werkplekken, al of niet gescheiden door geluidschermen, is voor dit onderzoek gebruik gemaakt van het model van Wang en Bradley 5.

Beïnvloedingsaspecten

Conversatiegeluiden storen bij het lezen niet door hun volume maar door de mate van overeenkomst tussen de storing en de tekst die we lezen. Gesprekken werken negatiever door op het resultaat dan achtergrondgeluidniveau , vooral als de gesprekken gaan over herkenbare onderwerpen. Gesprekken die we niet verstaan, bijvoorbeeld in een vreemde taal, storen veel minder. Lawaai kan een negatieve invloed hebben op het geheugen. Conversatiegeluiden maken het moeilijker om iets te onthouden. Ook andersoortige geluiden zijn van invloed, maar storen minder. Onderzoeken naar prestaties in zowel lawaaierige als goede geluidsomgevingen tonen niet altijd grote verschillen aan. Dit komt omdat men de dagelijkse geluidsomgeving tracht te compenseren met een hogere concentratiegraad. Hiervoor krijgt men vaak achteraf de rekening gepresenteerd; men raakt moe, afgemat en slecht gehumeurd. Men presteert minder en werkt slechter samen met collega’s.

Mensen reageren min of meer instinctief op geluid. Men reageert altijd op een nieuw geluid; men verliest de aandacht voor het werk en wordt afgeleid. Het gevolg kan zijn dat men belangrijke informatie mist of gestoord wordt midden in een belangrijke gedachte of als men net een goed idee krijgt.

De zintuiglijke indrukken houdt de mens actief, tot een bepaald niveau. Daarboven werkt elke invloed storend. Die grens verschilt van persoon tot persoon, afhankelijk van het werk, de situatie, de indruk, etc. Geluid kan ook tot betere prestaties leiden. Zo kan eentonig werk met veel herhaling, bijvoorbeeld schilderwerk of lopende bandwerk, wel wat geluid hebben. Daartegenover staat dat moeilijke taken concentratie vergen. Het activeringsniveau wordt ook beïnvloed door persoonlijke omstandigheden (zoals gezondheid, slaap, drugs, geneesmiddelen, werkdruk etc.).

Men presteert minder en werkt slechter samen met collega’s.

Lawaai wordt belastend als men moet beslissen hoe een bepaalde opdracht is te vervullen. Lawaai zorgt ervoor dat men zich gedeeltelijk afsluit van de beschikbare informatie. Dit kan betekenen dat men de opdrachten niet altijd op de beste manier vervult.
Lawaai is van invloed op de strategie die men kiest om een probleem op te lossen. Als men last heeft van lawaai, kiest men simpelweg de favoriete strategie - zelfs als de omstandigheden veranderen en het lawaai wegvalt.
Lawaai verhoogt de werkdruk. Een probleem dat is op te lossen door de ambitie bij te stellen. Met ander woorden: men gaat taken verrichten zonder de ambitie het beste te willen.
Lawaai vermindert het prestatievermogen, zelfs nadat het lawaai is weggevallen. Nawerkingen als vermoeidheid, irritatie en depressie zijn het resultaat.
Lawaai verhult de verbale communicatie, oftewel lawaai wordt een verhullende nevel voor alles wat we zeggen of anderen tegen ons zeggen. Een lawaaierige omgeving vergt dus een grotere inspanning, zowel van de spreker als van de toehoorder. Het wordt nog moeilijker als de toehoorder zich tegelijkertijd op zijn/haar werk moet concentreren 8.

Prestatieverlies

Het ligt voor de hand het prestatieverlies, tengevolge van matige akoestische situaties, te relateren aan de mate van spraakverstaanbaarheid in een ruimte. Hiervoor is gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten van het Institute of Occupational Health te Finland 6. Uit een inventarisatie binnen het kader van dit Finse onderzoek blijkt dat het prestatieverlies varieert tussen de 4 en 45 procent, afhankelijk van de taak. De beste prestatie doet zich voor als spraak afwezig is (STI=0) en het grootste prestatieverlies treedt op als spraak perfect is te verstaan (STI=1). Tussen deze twee uitersten wordt verondersteld dat het prestatieverlies als functie van de spraakverstaanbaarheid in principe dezelfde curve is als de subjectieve spraakverstaanbaarheid als functie van de spraakverstaanbaarheidsindex, conform IEC 60268-16 met een maximum van 7 procent; zijnde het minimum prestatieverlies binnen voornoemde inventarisatie voor het nakijken van tekst (Zie rode curve in figuur 1). In het Finse onderzoek is het model echter niet afgeleid via regressie-analyse van de ondezoeksresultaten. Om die reden leek het zinvol binnen het kader van deze beschouwing alsnog regressie-analyse uit te voeren op de onderzoeksresultaten om na te gaan in hoeverre dit van invloed zou kunnen zijn op het uiteindelijke model. De resultaten zijn grafisch weergegeven in figuur 1. De blauwe curve is de door regressie-analyse afgeleide functie.

Figuur 1. Regressie-analyse op onderzoeksresultaten 6.

15302_3klein.jpg

Conclusies

Op grond van de beschouwing wordt het volgende geconcludeerd:
Het is mogelijk het prestatieverlies tengevolge van gesprekken te kwantificeren bij diverse bureauopstellingen in een open kantoorruimte. Het maximale prestatieverlies voor kantoormedewerkers bij gesprekken die goed zijn te verstaan is conform de herziene functie ca. 8 procent. Met name in het spraakverstaanbaarheidsindexinterval tussen ca. 0,2 en 0,5 verschilt de herziene functie significant met het model zoals weergegeven in het Finse onderzoek.
De spraakverstaanbaarheidsindex dient lager te zijn dan 0,5 wil er enige positieve invloed zijn op de prestatie.
Voor een acceptabele spreekprivacy wordt een spraakverstaanbaarheidsindex geadviseerd kleiner dan of gelijk aan 0,2 7.
Bij toename van het achtergrondgeluidniveau neemt de spraakverstaanbaarheid van gesprekken af en het prestatieverlies toe. Voor open kantoorruimten is een achtergrondgeluidniveau van minimaal 45 dB(A) wenselijk bij de aanwezigheid van gesprekken die kunnen afleiden. Het achtergrondgeluidniveau mag echter niet hoger zijn dan 48 dB(A) 7. In de praktijk betekent het voorgaande de toepassing van zowel een zeer goed geluidabsorberend plafond als hoge geluidschermen en een goede spraakmaskering. Zonder deze drie maatregelen is een goede spreekprivacy in een open kantoorruimte niet te realiseren. Algemene maatregelen ter voorkoming van activiteiten met te hoge geluidniveau’s bevorderen de spreekprivacy en vergroten de prestatie.

Aanvullend dient er binnen het ontwerp van open kantoorruimten te allen tijde rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van gesloten kantoorruimten waarin een kantoormedewerker zich kan terugtrekken voor het voeren van een telefoongesprek of werkzaamheden waarbij een hogere concentratiegraad is vereist.

Literatuur

[1] F. W. Folsom, Th. A. Koenig, ‘The impact of open plan speech noise on employee productivity & satifaction and the facility solutions’, Dynasound Inc.
[2] ANSI Standard S3.5, 1997.
[3] NEN-EN-ISO-9921 ‘Ergonomie - Beoordeling van spraakverstaanbaarheid’, oktober 2003.
[4] NPR 3438 ‘Ergonomie - Geluidhinder op de arbeidsplaats - Bepaling van de mate van verstoring van communicatie en concentratie’, november 2006.
[5] C. Wang, J.S. Bradley ‘Sound Propagation between two adjacent rectangular workstations in an open plan office. I Mathematical modelling’, NRCC-46314, 2002.
[6] V. Hongisto ‘A model predicting the effect of speech of varying intelligibility on work performance’, Indoor Air, 2005.
[7] J.S. Bradley, B.N. Gover ‘Criteria for open-plan offices’, Inter-Noise 2004.
[8] ‘Geluid en het moderne kantoor’, Hilanders, Helsingborg, Zweden, 1999.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform