Logo
  • Achtergrond
  • 19 september 2005
  • Marcel Loomans en John Klein Hesselink

Het effect van planten op de werkplek

Zijn planten op het werk, een lust of een last voor de werknemers en de organisatie? Dit artikel laat zien dat het eerste het geval is en het de moeite waard is voor organisaties om in planten te investeren.

Zijn planten op het werk, een lust of een last voor de werknemers en de organisatie? In het afgelopen jaar is er veel belangstelling geweest voor planten op het werk. Zo was er een grote Europese campagne om de toepassing van planten op de werkplek te promoten (www.healthygreenatwork.org). Dit enerzijds vanuit het idee dat planten een psychologisch positieve stimulans geven en daarmee bijdragen aan een prettige werkomgeving. Anderzijds vanuit het idee dat planten bijdragen aan een beter binnenmilieu en daarmee fysiologisch een bijdrage leveren aan een goede werkomgeving. Via beide onderwerpen wordt aan planten derhalve een gunstige bijdrage aan de gezondheid van de werknemer toegedicht en daarmee aan de prestaties op het werk. Voor de onderbouwing hiervan wordt in de genoemde campagne verwezen naar een aantal afzonderlijke publicaties. In dit artikel zullen deze en andere publicaties worden besproken. Hierbij proberen we ook enige nuancering aan te brengen. De nuancering belicht de daadwerkelijk gemeten effecten, die in een aantal gevallen nog vrij beperkt zijn. Echter, ook met deze nuancering komen we tot de conclusie dat planten op het werk vaker een lust zijn dan een last en dat het de moeite loont dat organisaties daarin investeren.

Planten maken leven op aarde mogelijk. De waardering van planten als voedingsmiddel is van alle tijden en nooit verdwenen. Na afnemende belangstelling in de vorige eeuw is de bijdrage van planten voor medicinale toepassingen inmiddels weer meer gewaardeerd in de westerse wereld. De meerwaarde van planten voor andere facetten van het dagelijks leven, en meer specifiek de woon- en werkomgeving heeft echter nauwelijks nog weerklank gevonden.

In de afgelopen eeuwen hebben we stelselmatig planten buitengesloten van onze ´natuurlijke´ leefomgeving. Eerst vanaf halverwege de 20e eeuw worden potplanten en bloemen weer in de woning gezet, vooral vanuit een decoratieve oogpunt. Hoewel ook in kantoren (kantoortuinen) planten sinds die tijd onderdeel uitmaken van de inrichting, wordt kostenbesparing (prestatie versus investering) vooral nog steeds gevonden in de beperking van het aantal vierkante meters per persoon en niet in de fysische en psychologische kwaliteit van het binnenmilieu.

Nieuwe impulsen voor de toepassing van planten kwamen in de zeventiger jaren door de ontwikkelingen in de ruimtevaart. Zo bestudeerde de Amerikaanse onderzoeker Wolverton 1 voor NASA de effecten van planten in gesloten ruimten. Hij vond dat het ecosysteem in potplanten in staat is rook, vluchtige organische stoffen en ziekmakende micro-organismen uit de lucht te verwijderen.

In de zeventiger jaren kwam ook het onderzoek naar de inrichting van steden en binnenruimten goed op gang. Licht en uitzicht bleken belangrijke factoren, die al snel werden vertaald in wetgeving voor stedelijke planning en het bouwen van huizen en bedrijfsgebouwen. Het bleek dat mensen zich in een bebouwde omgeving thuis voelen als er veel groen aanwezig is.

In dit artikel zullen eerst kort de psychologische en fysiologische effecten van planten worden toegelicht, waarna vervolgens het effect daarvan op de gezondheid en de prestaties wordt besproken. In de discussie komen we terug bij de vraag of planten op het werk een lust of een last zijn.

Psychologische effecten

Gezondheid is een complex begrip en van vele facetten afhankelijk. Duidelijk is wel dat de psyche hierbij een belangrijke parameter is. In verschillende onderzoeken is dan ook gekeken naar het welbevinden van werknemers bij de aan- en afwezigheid van planten.

Bekende studies zijn uitgevoerd door Tove Fjeld 2. Voor een bank te Oslo (48 werknemers) werd aan de deelnemers een oordeel gevraagd over de eigen werkomgeving. In het onderzoek werd daarbij gevarieerd tussen situaties met wel of geen daglichtlampen/of planten. De groep die alleen daglichtlampen had gekregen onderscheidde zich niet van de controle groep. Zij scoorden 2,9 op een schaal die van 1 tot 5 (1=zeer tevreden, 5=uiterst ontevreden). De collega's die alleen planten hadden gekregen scoorden gemiddeld 2,4 en degenen die zowel planten als daglichtlampen hadden gekregen scoorden 2,2. Het effect van planten op het welbevinden bleek dus groot.

Shoemaker 3 en collega’s vonden geen effecten van beplanting op werktevredenheid en gedrag en houding ten aanzien van planten op het werk, maar dit onderzoek werd gedaan in een situatie waar de werknemers al zeer tevreden waren met hun werk en de werkomgeving. Er was hier dus sprake van een 'plafondeffect'. Planten konden daar dus weinig meer aan toevoegen.

In een onderzoek onder circa 150 medewerkers bij de belastingsdienst in Winterswijk 4, werd ook gekeken naar het welbevinden van de werknemers. Het bleek dat de groep werknemers die dagelijks gemiddeld 4 of meer uur beeldschermwerk deden, en dus zeker de helft van de tijd op hun kamer waren, zich beter voelden als er planten op de kamer stonden. Kortom: ook hier werd een effect aangetoond.

Fysische effecten

In het onderzoek bij de belastingdienst kwam ook naar voren dat werknemers met planten in de kamer minder vaak last hadden van statische elektriciteit dan hun collega's zonder kamerplanten. Een afname van de statische elektriciteit duidt op effect van planten op het binnenmilieu. Deze verbetering aan het binnenmilieu heeft direct effect op de fysiologie van de mens. In de literatuur zijn echter maar een beperkt aantal onderzoeken terug te vinden waarin de bijdrage van planten aan een beter binnenmilieu is onderzocht. Voor de aspecten thermisch comfort, luchtkwaliteit en akoestiek zal hieronder een korte toelichting van de resultaten worden gegeven.

Ten aanzien van het thermisch comfort moet vooral gedacht worden aan het effect op de relatieve vochtigheid. Een tweetal onderzoekers heeft hierover gepubliceerd 5,6 Beide komen tot de conclusie dat de relatieve vochtigheid significant (in orde van 5%) kan toenemen door het plaatsen van planten. Voor de winter kan dit een gewenste situatie zijn. Echter, dit treedt alleen op bij een voldoende hoge plantendichtheid en bij een relatief laag ventilatievoud (in de orde van 0,5 per uur). In de zomer moet dan wel weer ervoor gezorgd worden dat deze verhoging wordt weggeventileerd.

De luchtkwaliteit wordt bepaald door de concentraties van chemische stoffen die in de lucht voorkomen. Deze zijn afkomstig van printers, kopieermachines, computers, vloerbedekking en bijvoorbeeld verf. De mogelijke gevolgen van een slechte luchtkwaliteit zijn bekend: geïrriteerde ogen, hoofdpijn, huidklachten en uitgedroogd slijmvlies van mond en neus. Hierbij geldt dat de ene persoon meer gevoelig is voor een bepaalde stof dan de andere en dat in het algemeen helaas nog weinig bekend is van het effect van deze stoffen en dan met name van de mengsels waaraan we worden blootgesteld. De luchtkwaliteit wordt daarnaast ook beïnvloed door de hoeveelheid stofdeeltjes in de lucht en tot slot bepalen biologische agentia de luchtkwaliteit mede.

133-extra-F1-small.jpgHoe planten chemische stoffen uit het milieu kunnen halen wordt door Bill Wolverton van de NASA verklaard 1. Zoals uit Figuur 1 blijkt werken in dit complexe ecosysteem plantenbladeren, wortels, potaarde en micro-organismen symbiotisch samen. De potaarde speelt hierbij een belangrijke factor.
Wolverton was ook de eerste die onderzoek publiceerde waaruit bleek dat het ecosysteem in de potplanten in staat is vluchtige organische stoffen (VOS) en ziekmakende micro-organismen uit de lucht in een luchtdicht afgesloten ruimte te verwijderen. De hierbij gebruikte concentraties chemische stoffen waren overigens aanzienlijk hoger dan men normaal in een werkomgeving zal aantreffen. Dat gold ook voor de beplantingsdichtheid in de proefruimtes (0,76 ´0,76 ´0,76 m³). Deze onderzoeken zijn recent nog eens herhaald en bevestigd door de Universiteit van Sydney 7.

Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat de onderzochte planten (en de potgrond) de aangeboden hoge dosis van een chemische stof kunnen ‘verwerken’ en dat er sprake is van een biologisch proces en niet alleen van adsorptie/absorptie. Dit vermogen verschilt overigens niet alleen per type plant, maar ook per type chemische stof die werd gebruikt voor de experimenten.

Een belangrijke beperking van de waarde van deze resultaten voor de praktijk is dat er bij de experimenten geen ventilatie van de ruimte plaats vond. In enkele aanvullende onderzoeken is dit vervolgens wel meegenomen 8,9. De resultaten van deze onderzoeken maken duidelijk dat de bijdrage van planten aan de luchtkwaliteit genuanceerder is. Ofwel, voor realistische afmetingen van de onderzochte ruimte en realistische ventilatieniveau´s kon de bijdrage van planten niet worden vastgesteld.

Echter, Ronald Wood 10 vond bij zijn onderzoek in enkele in gebruik zijnde kantoorruimten van de universiteit van Sydney wel een duidelijk positief effect. Zijn onderzoek had als doel om te achterhalen of met een realistische hoeveelheid planten een meetbaar effect kon worden bereikt bij het terugdringen van VOS. Er werd daarbij op verschillende kantoorlocaties (wel/geen luchtbehandeling) gemeten en met verschillende aantallen planten (0, 3 of 6 planten). De metingen zijn uitgevoerd over langere perioden, waarbij halverwege een nieuwe verdeling van de planten over de kantoren is gemaakt. De wekelijks metingen in de kantoren en in de buitenlucht omvatten de totale concentratie VOS (TVOS), de concentratie kooldioxide en koolmonoxide, de relatieve vochtigheid en de temperatuur. Deze onderzoeksopzet is vervolgens nog eens herhaald met andere type planten.

133-extra-F2-small.jpgDe door Wood gemeten positieve bijdrage van planten aan de luchtkwaliteit kon echter alleen worden verklaard door de hypothese dat planten pas boven een minimum concentratie van ongeveer 250 mg/m³ (voor de controle situatie) effectief VOS verwijderden. Daarbij waren drie planten (soort Dracaena deremensis) vrijwel net zo effectief als zes van deze planten. De effectiviteit in een kantoorgebouw met een luchtbehandeling systeem was lager (11% met 3 planten, 19% met 6 planten) dan in een kantoorgebouw met natuurlijke ventilatie (78% met 3 of 6 planten). In Figuur 2 is, per situatie, afgebeeld wat de gemiddeld gemeten concentratie TVOS in de kantoorruimtes is geweest. Er is een onderscheid gemaakt voor de aanwezigheid van een luchtbehandeling of niet en er zijn resultaten afgebeeld waarbij de controle situatie een TVOS concentratie liet zien van meer dan 250 mg/m³.

Het is duidelijk dat deze resultaten een nieuwe kijk geven op het effect van planten op de luchtkwaliteit. Echter bij de resultaten moet een tweetal opmerkingen gemaakt worden. Op de eerste plaats is het ventilatievoud in de onderzochte kantoren niet nader bestudeerd. Bij de situatie met luchtbehandeling was volgens opwerpopgave een ventilatievoud van 2 h-1 aanwezig. Bij de natuurlijk geventileerde ruimtes was dit onbekend. Daarnaast ligt het drempelniveau van 250 mg/m³ boven het door de Gezondheidsraad gestelde concentratieniveau voor TVOS van 200 mg/m³, overigens met name omdat we hogere concentraties kunnen ruiken.

Voor de stofafzetting kwam Virgina Lohr 11 tot de conclusie dat een reductie tot 20% mogelijk is. Een en ander afhankelijk van het aantal planten en natuurlijk ook van de oppervlaktekarakteristieken van de plant (ruw, haartjes, verhoogde nerven). Sirpa Rautiala 12 kwam tot slot tot de conclusie dat planten, mits goed onderhouden, geen significante bron van micro-organismen zijn. Daarbij moet wel aangemerkt worden dat in een recent rapport 13 groene planten als potentiële bron van allergenen wordt aangeduid, overigens zonder hier verder referenties aan toe te voegen.

Tot slot blijkt uit onderzoek van Costa 5 dat planten de nagalmtijd in een ruimte kunnen bekorten en daarmee een ruimte rustiger te kunnen maken. Het meeste effect hiervan is te verwachten voor ´harde´ruimtes, zoals met marmeren of (niet-poreuze) betonnen of stenen vloeren en wanden. Onder normale omstandigheden zal in kantoorruimten het effect beperkt blijven.

Planten en gezondheid

Nu de psychologische effecten en enkele belangrijke fysische parameters en de invloed van de plant daarop zijn behandeld, resteert de vraag hoe we nu het effect van planten zelf ondervinden? Het antwoord hierop is eenvoudig. Uiteindelijk zullen de besproken effecten van planten tot uiting komen in de gezondheid van de mens die zich wel of niet met planten laat omringen. Voor een kantoorsituatie kunnen de baten hiervan zich uiteindelijk ook vertalen in bijvoorbeeld de productiviteit.

133-extra-F3-small.jpgDe beschreven positieve onderzoeksresultaten van planten op het thermische comfort, de luchtkwaliteit en de akoestiek zijn voor een praktijksituatie duidelijk genuanceerder. Dit wordt onderbouwd door de praktijktesten die zijn uitgevoerd, dan wel door de randvoorwaarden die zijn gebruikt voor de studies die afwijken van normale praktijkomstandigheden. Echter kantoorstudies van Fjeld 14 tonen aan dat planten wel degelijk een positief effect hebben op gezondheidsklachten. Het (gesommeerde) klachtenniveau was 23% lager in de periode dat planten in het kantoor werden geplaatst. Figuur 3 laat zien welke 12 gezondheidsklachten werden meegenomen en hoe planten daarop een effect hadden.

In een ander onderzoek van Fjeld in een ziekenhuis werden vergelijkbare verbeteringen gevonden. In die studie kon ook het blootstellingseffect worden aangetoond. Ofwel, iemand die het grootste gedeelte van de dag in een ruimte met planten verbleef had meer baat dan iemand die daar maar een bepaalde periode aanwezig was. Dit effect bleek bovendien blijvend. Elf maanden later bleken de genoemde klachten nog steeds lager te zijn dan vóór het plaatsen van de planten.

Een Nederlands onderzoek kon bovenstaande resultaten niet bevestigen. Er waren echter enkele duidelijke verschillen waardoor de waarde van de resultaten van dat onderzoek lager worden aangeslagen (o.a. aantal en moment van ondervraging van de kantoormedewerkers). Er geldt natuurlijk wel dat het Nederlandse klimaat afwijkt van het Noorse klimaat, waar met name voor de wintersituatie verbetering te verwachten is.

Planten en productiviteit

Als mensen zich gezond en prettig voelen op het werk, zal dat ook gevolgen hebben voor de productiviteit. Het aantal studies naar dit soort effecten van planten is echter beperkt, maar wel veelbelovend. Echte productiviteitsmetingen zijn helaas niet bekend en vereist zorgvuldig onderzoek. Vooralsnog zijn het vooral laboratorium experimenten, die wel weer het voordeel hebben dat men goed kan manipuleren met het plaatsen van planten.

In het onderzoek dat wel beschikbaar is worden de effecten uitgedrukt in termen van stress en alertheid. Voor beide aspecten, uitgedrukt in de bloeddruk en enquêteresultaten, vond Lohr 15 in haar studies een positief effect. In onderzoek van Shibata en Suzuki 16 bleek echter geen effect van planten bij het uitvoeren van sorteertaken. Bij het uitvoeren van een woordassociatie taak werd (voor mannen) zelfs een negatief effect gevonden. Ofwel ze waren eerder afgeleid. De onderzoekers trekken echter hun eigen resultaten in twijfel.

Discussie

Op basis van de beschikbare informatie moet geconcludeerd worden dat blijkbaar niet alleen de fysische effecten van planten op het binnenmilieu een rol spelen bij de positieve waardering van het hebben van planten op het werk. Ook de psychologie vormt hierbij een belangrijk onderdeel. Daarnaast geldt echter ook dat we op dit moment feitelijk nog onvoldoende weten hoe relatief kleine en specifieke veranderingen in bijvoorbeeld de luchtkwaliteit doorwerken op onze ervaring van het binnenmilieu en daarmee onze gezondheid (met name via de gebouwgerelateerde gezondheidsklachten zoals bijvoorbeeld weergegeven in Figuur 2).

Voor het psychologische effect kunnen eveneens nog geen directe verklaringen worden gegeven. Er kan wel aangesloten worden bij theorieën over stress en vermoeidheid door overstimulering. Het is aangetoond dat je van belastende vormen van stress, ook al zijn ze in lichte mate aanwezig, ziek (lichamelijk en geestelijk) kunt worden.

Waarom hebben planten daar nu juist een gunstig effect op? Hiervoor gaat men terug naar de natuurlijke omgeving waar de menselijke soort uiteindelijk is ontstaan en waar we feitelijk pas relatief recent afstand van hebben genomen. Er wordt dus een evolutionaire verklaring verondersteld voor de herstellende invloed van planten op de mens. Hoe precies is nog onduidelijk. Maar men vermoedt wel enkele mechanismen.

Hoewel de beschikbare onderzoeksresultaten nog relatief beperkt zijn, zijn er volgens ons voldoende aanwijzingen die duiden op een positief effect van planten. Een belangrijk argument daarvoor is het blootstellingseffect dat is aangetoond. Daarnaast zijn er nagenoeg alleen gunstige en neutrale effecten aangetoond.

Een kwantitatieve onderbouwing van de productiviteitsverbetering ten gevolge van het plaatsen van planten in een kantoorruimte is op dit moment nog niet mogelijk. Echter gezien de resultaten op het terrein van de gezondheid en het functioneren van de mens mag ervan uitgegaan worden dat een reeds beperkte investering (+ onderhoudskosten) zich relatief snel zal terugverdienen.

Conclusie

Ondanks de mitsen en maren die bij de beschikbare informatie gezet kunnen worden, is er sprake van een groeiend bewijs voor de gunstige effecten van het plaatsen van planten in de werksituatie (mits goed onderhouden en zorgvuldig gekozen) op de gezondheid en het welbevinden van werknemers. Dit maakt planten derhalve eerder tot een lust dan een last en geeft aan dat het de moeite loont om de natuur in de organisatie terug te brengen!

Hoewel individuele hedendaagse technologische oplossingen wellicht effectiever zijn ten aanzien van de meetbare prestatie indicatoren, vraagt het in eerste aanzet meer duurzame karakter van planten om een eerlijke herwaardering van zijn toepassingsbereik binnen de gebouwde omgeving. De combinatie met het psychologisch positieve effect van groen maakt dat planten een nieuwe plaats verdienen in de gebouwde omgeving en in het gebouw.

Auteurs

M. Loomans is werkzaam bij TNO Bouw en Ondergrond in Delft; Marcel.Loomans@tno.nl
J. Klein Hesselink is werkzaam bij TNO Kwaliteit van Leven in Hoofddorp; John.KleinHesselink@tno.nl

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform