Logo
  • Nieuws
  • 13 juli 2021
  • Bron: TUDelft

Onderzoek TUDelft: Huidige ventilatierichtlijnen niet voldoende in de strijd tegen corona

Kleine ademdeeltjes in de lucht spelen een rol bij de verspreiding van het coronavirus. Dat maakt goed ventileren tot een noodzaak. Professor Philomena Bluyssen doet in haar SenseLab onderzoek naar aerosolen in de binnenruimte en hoe we ons daar het beste tegen kunnen wapenen.

Beeld Onderzoek TUDelft: Huidige ventilatierichtlijnen niet voldoende in de strijd tegen corona

Een van de onderzoeksruimtes in het SenseLab is ingericht als een klaslokaal in de anderhalvemetersamenleving, met tafels op ruime afstand van elkaar. Op een scherm vóór in de klas verschijnen beelden van een hoofd omgeven door kleine deeltjes. Het is het hoofd van hoogleraar binnenmilieu Philomena Bluyssen, die het onderzoek naar corona en ventilatie leidt. Zittend aan een van de tafels is zij haar eigen proefpersoon. Niet omdat het experiment risico’s met zich meebrengt – er wordt gewerkt met onschuldige zeepbelletjes – maar meer omdat afstand houden ook in dit lab van belang blijft.

Afstand houden is, samen met handhygiëne, een van de pijlers in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus. De WHO en het RIVM gaan er immers vanuit dat het virus op twee manieren wordt verspreid: via speekseldruppeltjes die besmette personen al hoestend of niesend verspreiden en via besmette oppervlakken die je met je handen aanraakt. Professor Bluyssen en vele andere wetenschappers zijn er echter van overtuigd dat er een belangrijke derde besmettingsroute is: via microscopisch kleine speekseldruppeltjes, aerosolen, die lang in de lucht kunnen blijven hangen. “We weten uit eerder onderzoek naar de MERS- en SARS-virussen dat aerosolen een rol spelen”, vertelt ze. “Zolang we niet zeker weten dat dit voor COVID-19 níet geldt, zouden we op zijn minst moeten zorgen dat we het risico zo klein mogelijk houden.”

Blinde vlek

In april maakte Bluyssen al deel uit van een groep van 36 wetenschappers van over de hele wereld die probeerden de WHO te overtuigen van het risico van deze derde besmettingsroute. Bluyssen is ook een van de 239 ondertekenaars van een tweede open brief aan de WHO die op 4 juli werd gepubliceerd. De boodschap lijkt maar langzaam door te dringen. Waar komt die blinde vlek vandaan? “Enerzijds omdat de WHO, net als het Nederlandse OMT, vooral uit medici bestaat. Die kijken naar situaties als intubaties of operaties waarbij virusdeeltjes vrijkomen; daar begrijpen ze de risico’s van. Het zijn alleen geen fysici die het transport van deeltjes begrijpen, of ingenieurs die feeling hebben met ventilatiesystemen”, legt Bluyssen uit. “Anderzijds, als de WHO onderkent dat dit risico er is, dan betekent dat nogal wat voor landen waar ze de middelen niet hebben voor goede ventilatie.”

Meer werk maken van ventilatie in binnenruimtes

Inmiddels is het tij op Europees niveau aan het keren. Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) bracht eind juni een rapport uit waarin het adviseerde om werk te maken van ventilatie in binnenruimtes. Onder meer Duitsland en België gaan daarin mee, maar het RIVM en het OMT zijn in ons land nog erg terughoudend. “Zij houden vol dat onze huidige ventilatierichtlijnen, zoals die zijn opgenomen in het bouwbesluit, afdoende zijn. Daaruit blijkt dat ze zich niet echt in de materie hebben verdiept: die richtlijnen zijn minimale waarden gebaseerd op CO2-concentraties afkomstig van het uitademen door aanwezige mensen, maar hebben niets te maken met de gezondheid.” Bluyssen kan het weten. Ze houdt zich immers al jaren bezig met de relatie tussen luchtkwaliteit binnenshuis en de gezondheid, waaronder de risico’s van slechte ventilatie en de aanwezigheid van gifstoffen als formaldehyde afkomstig van verf en meubelen.

Lees verder 

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform