Logo
  • Achtergrond
  • 2 februari 2003
  • Joe Leijten

Klachten over luchtkwaliteit: stelt de werknemer zich aan?

Als een medewerker in een kantoorgebouw klachten heeft over het klimaat of de luchtkwaliteit wordt hij vaak niet serieus genomen door de werkgever of het facility management. Zij denken dat de klachten psychisch zijn; het binnenmilieu voldoet immers aan de gangbare normen. Een te makkelijke conclusie; de invloed van het binnenmilieu op de gezondheid is gecompliceerder dan de diverse regels en normen suggereren.

Het komt voor dat werknemers sterke gezondheidsklachten hebben die zij zelf in verband brengen met het verblijf in het gebouw of op de werkplek. Het is voor deze werknemers vaak moeilijk om erkenning en een goede aanpak van hun klachten te krijgen. Zowel de werkgever als het facility management nemen de werknemer in dit soort gevallen vaak niet serieus. Regelmatig eindigt de situatie daardoor in ontslag of arbeidsongeschiktheid.

Wanneer er in een kantoorgebouw klachten zijn over het klimaat of de luchtkwaliteit is er meestal een grote groep werknemers die zegt geregeld klachten te hebben. Over het algemeen zijn de klachten niet zo sterk dat zij de gezondheid of de inzetbaarheid op het werk ernstig hinderen. Maar in individuele gevallen kunnen de klachten veel ernstiger zijn. Dit artikel beschrijft een pragmatische aanpak die de individuele werknemer met sterke klachten en de werkgever tot elkaar brengt, in voldoende mate tegemoet komt aan de klachten van de werknemer en het dienstverband instandhoudt.

De sterke gebouwgerelateerde klachten die bij sommige individuen voorkomen, variëren van zware hoofpijn en ademhalingsproblemen tot op allergie gelijkende klachten. Deze klachten beginnen na aankomst in het gebouw en worden vaak minder of verdwijnen na werktijd en vooral in het weekend of tijdens vakantie. In sommige gevallen meldt de betrokkene dat deze klachten in een gebouw bij een vorige werkgever, of in hetzelfde gebouw voorafgaande aan een renovatie, niet voorkwamen. Bij medisch (specialistisch) onderzoek van de werknemer wordt vaak geen duidelijke diagnose gesteld. In een enkel geval is een allergie aantoonbaar, maar dit hoeft niet per se de oorzaak te zijn. In de VS wordt in dit soort gevallen vaak de diagnose meervoudige chemische sensitiviteit (MCS) gesteld, maar de status van deze diagnose is omstreden. Vaak is er geen sprake van een diagnose. Bovendien laat arbeidshygiënisch onderzoek aan het gebouw meestal niets bijzonders zien. Grosso modo voldoet het binnenmilieu aan de gangbare normen. Dat zowel de werkgever als als het facility management vaak tot de conclusie komen dat de klachten een psychische oorsprong hebben, is in deze situatie begrijpelijk. Maar deze conclusie is ongegrond en wel om de hierna beschreven redenen.

Psychisch?

In de eerste plaats is de invloed van het binnenmilieu op de gezondheid van de werknemer veel gecompliceerder dan arbo-regelgeving, nationale en internationale normen suggereren. Internationaal onderzoek van de laatste jaren laat zien dat de invloeden van temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie aanzienlijk anders zijn dan eerst gedacht werd. Verder blijken talloze stoffen die in het binnenmilieu voorkomen potentieel gezondheidsbedreigend te zijn, terwijl de veilige grenswaarden niet bekend zijn, vooral wanneer het om meervoudige blootstelling gaat. Wanneer het binnenmilieu aan de geaccepteerde normen voldoet, impliceert dit echter niet zonder meer dat individuele klachten psychisch zijn. Bovendien ontbreekt de wetenschappelijke evidentie voor de suggestie dat individuele klachten het gevolg zijn van psychische overgevoeligheid.1

Attributietheorie

Dat enerzijds de werkgever en de arbo-deskundigen en anderzijds de werknemer zo snel tegenover elkaar komen te staan in dit soort situaties is verklaarbaar op grond van de sociaal-psychologische attributietheorie. De attributietheorie beschrijft hoe mensen oorzaken toekennen aan gebeurtenissen. Mensen zijn geneigd om die verschijnselen als oorzaak aan te wijzen die vanuit hun oogpunt opvallen ten opzichte van een stabiele achtergrond en die mee variëren met het effect waar het om gaat. Zo komen verschillende partijen tot verschillende conclusies: de werkgever en het facility management zien een grote groep werknemers in hetzelfde gebouw waarvan de meesten weinig of geen klachten hebben en een of enkele werknemers zeer veel klachten.

OPLOSSING MIDDELS ZORGVULDIGE PROCEDURE

Volgens de attributietheorie ligt het voor de hand dat de werkgever en het facility management de individuele werknemer als oorzaak zien van de klachten en niet de werkomgeving. De werknemer met klachten neemt echter waar dat hij of zij de meeste klachten heeft in het gebouw en minder klachten erbuiten. Volgens dezelfde attributietheorie ligt het dus voor de hand dat de werknemer de werkomgeving als oorzaak ziet van zijn of haar klachten. Als beide partijen volharden in hun posities, is een vergelijk niet mogelijk en is de kans groot dat de kwestie escaleert in een ‘welles-nietes-spel’, waarbij de werkgever de werknemer ziet als querulant en de werknemer zich niet erkend voelt door de werkgever. Dit eindigt voor de werknemer vaak in ontslag of arbeidsongeschiktheid. De crux is dat beide partijen inzien dat zij beide deels gelijk en deels ongelijk hebben.

In de common sense kunnen verschijnselen aan één enkele oorzaak worden toegewezen, maar de wetenschap leert dat de werkelijkheid vaak gecompliceerder is. In dit geval ontstaan de klachten door een interactie van de verhoogde gevoeligheid van de werknemers en de het feit dat in het betreffende gebouw meer blootstellingen (van welke aard dan ook) voorkomen dan in andere gebouwen. Enerzijds betekent dit voor de werknemer dat kan blijken dat hij of zij zo overgevoelig is, dat het binnen de gegeven eigenschappen van de het gebouw niet mogelijk is de blootstellingen zodanig te verminderen dat de klachten worden verminderd of weggenomen. Anderzijds betekent dit voor de werkgever dat de blootstellingen binnen het gebouw wel degelijk bijdragen aan de klachten en dat maatregelen aan het gebouw of de werkplek die de blootstellingen verminderen ook de klachten van de werknemer kunnen verminderen. Als het facility management dit aan de werkgever en de werknemer uiteen zet en beide partijen voor dit standpunt weet te engageren, kan door middel van een zorgvuldige procedure een oplossing gezocht worden.

Agnostische aanpak

Al met al is de wetenschappelijke kennis op het gebied van sterke individuele gebouwgerelateerde klachten zeer beperkt. Bekend is dat in gebouwen blootstellingen van velerlei aard kunnen voorkomen die klachten bij de gebruikers kunnen veroorzaken. Bekend is ook dat mensen aanzienlijk verschillen in hun gevoeligheid voor die blootstellingen. Maar voor de meeste blootstellingen is niet bekend wat het mechanisme en wat de dosis-effect-relatie is. Bovendien is in de meeste gevallen niet bekend waarom mensen verschillen in gevoeligheid. Het is daarom niet mogelijk om door middel van medisch of psychologisch onderzoek aan het individu of door metingen in het gebouw vast te stellen of de klachten terecht zijn of niet. Een dergelijke aanpak zal zowel de werkgever als de werknemer laten volharden in hun oorspronkelijke standpunten en een oplossing verder weg brengen. In plaats daarvan is een agnostische aanpak nodig. De volgende procedure wordt aanbevolen:

Stap 1

Een uitgebreide anamnese van de werknemer betreffende de vorige gebouwen en werkruimten waar deze gewerkt heeft. Welke gebouwen waren dit, hoe lang heeft de werknemer daar gewerkt en waarom is deze daar weggegaan.

Stap 2

Voor zover mogelijk worden van deze vorige gebouwen en werkruimten de bouwfysische en installatietechnische eigenschappen vastgesteld. Het gaat dan met name om de volgende risicofactoren: gesloten gevel, ontbrekende temperatuurregeling per ruimte, verwarming zonder stralingswarmte, koeling, bevochtiging, recirculatie, warmtewiel, printers e.d. in werkruimte, textiele vloerbedekking of andere stof-reservoirs, meer dan twee werknemers per werkruimte. In tegenstelling tot metingen maken deze risicofactoren wel een goede schatting van de blootstelling mogelijk. Indien nauwkeurige gegevens van vorige gebouwen niet meer verkrijgbaar zijn, maak dan grovere categorie indelingen, zoals: te openen ramen vs. gesloten gevel en mechanische ventilatie vs. airco.

Stap 3

Ga na of er een prima facie verband is tussen de ernst van klachten in de verschillende gebouwen en werkruimten en de aanwezigheid van risicofactoren daarin. Dat verband hoeft niet heel precies te kloppen, voldoende is als blijkt dat meer risicofactoren globaal leiden tot meer klachten.

Stap 4

Ga na of er risicofactoren weggenomen kunnen worden in de huidige werksituatie van de werknemer.

  • Maatregelen gericht op de werkruimte: een-persoonskamer, gladde vloerbedekking, wegnemen stofreservoirs, geen printers of copiers, waar mogelijk een door de werknemer te bedienen temperatuurregeling.
  • Maatregelen gericht op de technische installaties als geheel, bijvoorbeeld: stoppen of minimaliseren recirculatie, stoppen of minimaliseren (RV maximaal 30% in winter) bevochtiging. Dit soort maatregelen ligt vooral voor de hand wanneer ook andere werknemers in hetzelfde gebouw, weliswaar minder sterke, klachten over het binnenmilieu hebben.
  • Maatregelen aan de technische installaties gericht op de werkruimte: bij sommige werknemers is de overgevoeligheid voor de blootstelingen die veroorzaakt worden door de installaties zo groot dat zij meer last hebben van de luchtbehandelingsinstallatie dan gemak. In dat geval kan het goed zijn door de werknemers een werkruimte te geven die geheel of gedeeltelijk is losgekoppeld van de installatie. Concreet betekent dit de toevoer van ventilatielucht afsluiten. De afvoer kan eventueel gehandhaafd worden. Verder een te openen raam aanbrengen, dan wel bedienbare ventilatieroosters in de gevel. Als het gebouw voorzien is van koeling, zal dit niet meer gelden voor de aangepaste kamer. Dit hoeft geen probleem te zijn. Ten eerste kan de warmtelast in zo’n ruimte verminderd worden door een oorspronkelijk tweepersoonskamer aan slechts de betrokken werknemer toe te wijzen en door de kantoorapparatuur in die ruimte te minimaliseren. Ook kan de werknemer er op gewezen worden dat spaarzaam gebruik van de kunstverlichting ook helpt. Verder is bekend dat werknemers in werkruimtes zonder koeling maar met te openen ramen in de zomer aanzienlijk hogere temperaturen accepteren dan het PMV-model voorspelt.

Stap 5

Indien bovenstaande maatregelen niet haalbaar zijn, ga dan na of de werknemer geplaatst kan worden in een ander gebouwdeel of gebouw van dezelfde werkgever, waar weinig blootstellingen verwacht worden, bijvoorbeeld een gebouw met natuurlijke ventilatie of eenvoudige mechanische ventilatie.

Conclusie

Doordat een neutrale procedure wordt gevolgd, die niet gericht is op het vaststellen van gelijk, maar op het werken naar een pragmatisch einddoel, voelen zowel de werkgever als de werknemer zich erkend in hun ervaringen en standpunten, en wordt een conflict vermeden. Voor zover de werknemer op deze wijze niet helemaal de door hem of haar gewenste situatie krijgt, wordt dit gecompenseerd door het feit dat de werkgever de werkgever erkenning heeft gegeven door af te zien van onderzoeken die het gelijk of ongelijk van de werknemer moeten aantonen en door akkoord te gaan met de pragmatisch procedure en de daaruit voortvloeiende maatregelen.

Praktijkvoorbeeld

Een werkneemster werkt al enige tijd bij dezelfde werkgever in een natuurlijk geventileerd gebouw met radiatoren verwarming. Hier heeft zij geen klachten. Daarna wordt zij geplaatst in pas opgeleverde nieuwbouw. Deze nieuwbouw heeft een gesloten gevel, een all-air-systeem (geen stralingsverwarming) en koeling en de temperatuurregeling per ruimte werkt niet. Veel werknemers hebben klachten in dit nieuwe gebouw. De betrokken werkneemster heeft in het nieuwe gebouw zeer veel ademhalingsklachten. Medisch onderzoek geeft geen uitsluitsel en metingen in het gebouw ook niet. Bij doorvraag aan de werkneemster blijkt dat zijn voor dat zij bij een vorige werkgever in een airconditioned gebouw gewerkt heeft, en daar dezelfde sterke klachten had. De huidige werkgever had ook nog natuurlijk geventileerde gebouwen in gebruik, en de werkneemster zou na een overplaatsing ook daar haar functie kunnen uitvoeren. Daarom adviseerde de bedrijfsarts, met instemming van de werkneemster, de overplaatsing naar een van de natuurlijk geventileerde gebouwen. De werkgever volgde dit advies en sinds de overplaatsing zijn de klachten van de werkneemster sterk verminderd en kan zij haar functie weer goed uitvoeren.

Auteur

Drs. J.L. Leijten is werkzaam voor BBA – Boerstra Binnemilieu Advies, Rotterdam; joeleijten@planet.nl

Noot

1 Zie tevens Facility Management Magazine 98, pagina 30 en verder en Facility Management Magazine 103, pagina 17 en verder.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform