Logo
  • Achtergrond
  • 27 mei 2019
  • Peter Runhaar

Circulair bouwen aan de Zuidas leidt tot hechtere facilitaire samenwerking

Circl, het circulaire paviljoen van ABN AMRO, wordt door velen beschouwd als hét voorbeeld van innovatief circulair bouwen. Een kennismaking: 'De relatie met facilitaire partners is hier veel hechter dan in een conventionele samenwerking.'
Beeld Circulair bouwen aan de Zuidas leidt tot hechtere facilitaire samenwerking

In september van 2017 opende Circl, gelegen naast het hoofdkantoor van de bank aan de Zuidas, haar deuren. Het paviljoen-design van Architekten-Cie was het eerste circulaire bouwontwerp in Nederland en de principes van duurzaamheid en minimale belasting van het milieu zijn tot in de puntjes uitgewerkt. Het gebouw is één groot ‘living lab’ van nieuwe vondsten, recycling en energiezuinige oplossingen. Opmerkelijk is dat gebruik van het paviljoen bepaald niet is voorbehouden aan werknemers van de bank. Integendeel: Circl wil een open ruimte zijn, die toegankelijk is voor vele doelgroepen en waar bankmedewerkers, buurtbewoners en werknemers van andere bedrijven zich welkom voelen. “Dat heeft ook te maken met ons streven om de ervaringen die we hier opdoen met circulariteit te delen met anderen”, legt Merijn van den Bergh, directeur van Circl uit: “Wij gaan niet uit van copyright, maar van het right to copy. Hoe meer mensen hier komen, hoe meer kennis we kunnen delen.”

Van den Bergh praat met groot enthousiasme over het bijzondere project en laat tijdens een rondleiding zien hoe het circulaire denken zich in de praktijk heeft vertaald. Het isolatiemateriaal aan de plafonds is gemaakt van vezels uit oude spijkerbroeken. Het hardhout dat werd gebruikt voor de vloer op de begane grond is afkomstig uit een oud klooster en de bar van voetbalvereniging Top Oss. Het pand beschikt over energiezuinige  gelijkspanning. Overal in de vloeren zitten zogenaamde PCM’s (phase changing materials), een soort koelbox-elementen met een zoutoplossing, waardoor met minimale energie de temperatuur in het pand te regelen is. En veel materialen kunnen in de toekomst worden hergebruikt.

Stapsgewijs

De verreikende ambities waren niet vanaf start geformuleerd, maar ontstonden stapsgewijs, vertelt Van den Bergh: “De plannen begonnen eigenlijk vanuit een behoefte om de vergadercapaciteit voor werknemers van het hoofdkantoor uit te breiden, want er werd te veel extern vergaderd. We begonnen al wel met het idee om duurzaam en energieneutraal te bouwen, maar in het begin dachten we nog conventioneel. We gingen bijvoorbeeld uit van materialen die passen bij het hoofdkantoor; glas, aluminium en marmer. Gaandeweg kwamen we vanuit het projectteam met een soort gewetenswroeging: ‘Als we toch die kant van duurzaamheid uitgaan, moeten we dan niet verder gaan?’. Het idee om echt impact te maken werd steeds sterker, en met een standaard gebouw krijg je die aandacht niet.”

In die fase werd de beslissing genomen om te gaan voor een volledig circulair gebouw. Er werden circulariteitsspecialisten van de TU Delft bij het project betrokken en er volgden vele gesprekken met de architecten van Architekten-Cie en de bouwers van BAM. Van den Bergh: “Ik ben er nog steeds heel trots op dat mijn bedrijf in die fase heeft gezegd: We weten niet precies hoe het zal gaan, maar we gaan de uitdaging aan.” Het was een ‘bumpy road’, herinnert Van den Bergh zich, en alle deelnemende partijen moesten de bereidheid hebben om conventies los te laten en zich op deels onbekend terrein te begeven. Voor de facilitaire zaken koos Van den Bergh bewust voor samenwerking met de bedrijven die al bij ABN Amro werkzaam waren. Ook hier speelde de wens maximale impact te hebben een grote rol: “Je kunt vanuit de gedachte dat je circulair wilt gaan schoonmaken een voor de hand liggend circulair schoonmaakbedrijf inschakelen, maar wat is er mooier dan de bedrijven die toch al voor ons werken te benaderen met de vraag hoe zij zich optimaal aan onze circulaire doelen kunnen verbinden? Ik heb de ambitie om echt een verschil te maken. Daarom zijn we met de grote partijen zoals CSU, Spirit en Vermaat om tafel gaan zitten, letterlijk in de bouwkeet met de helmen op en de laarzen aan. In eerste instantie dacht iedereen nog vanuit zijn eigen commerciële belangen, totdat een paar mensen zeiden: ‘Als we echt circulair willen werken, moeten we de zaken dan niet heel anders gaan organiseren?’. Op dat moment ontstond het idee om te gaan samenwerken in een coalitie. Alle externe partners kwamen sindsdien wekelijks bij elkaar voor overleg over alle voorkomende zaken en om te kijken waar ze elkaar konden versterken.”

Actiemodus

Dit coalitie-idee heeft zeker bijgedragen aan het succes, weet Van den Bergh: “Een belangrijke vraag was steeds: Hoe komen we nog meer in de actiemodus. Je kunt jaren praten, maar je moet samen in actie komen.” Door de gezamenlijke gesprekken konden de partners ook samen op zoek naar praktische oplossingen: “Ze kijken in een overleg bijvoorbeeld in hoeverre een schoonmaker ook een bijdrage kan leveren aan de beveiliging. Ze onderzoeken samen welke combinaties ze kunnen maken.”

Een belangrijke vraag is voorts welke doelen opdrachtgever en facilitaire partijen samen stellen. Van den Bergh: “Circulariteit is op zich niet meetbaar, maar een concreet doel zoals het terugdringen van vervuiling wel. Ons doel is geweest om zo weinig mogelijk KPI’s te formuleren die samen zoveel mogelijk zeggen. Verder hebben we besloten om gemeenschappelijke KPI’s te formuleren. Als dus een van de betrokken partners er een rommeltje van maakt, heeft de ander daar last van.”

Ook op detailniveau zien contracten er wezenlijk anders uit dan contracten in een traditionele setting. Van den Bergh noemt een voorbeeld: “Neem de liften. Wij hebben een contract waarin staat dat we per gebruik betalen. Iedere keer dat de lift een verticale beweging maakt betalen we 12 cent. Je krijgt dus een soort pay per use-model, waarbij we voor de service betalen en niet voor het product. In het verlengde daarvan zeggen we tegen onze mensen dat ze de lift niet mogen gebruiken als ze geen zware spullen bij zich hebben, en dat past ook weer bij ons streven naar vitale werknemers. Een vergelijkbare constructie hebben we bij het gebruik van onze audiovisuele apparatuur: We betalen afhankelijk van het aantal keren dat we ze gebruiken.”

Leerproces

Terugkijkend op de ervaringen tot nu toe, constateert Van den Bergh dat de relatie met facilitaire partners veel hechter is dan in een conventionele samenwerking. Je zit samen in een groot leerproces en moet voortdurend in gesprek zijn. Van den Bergh heeft gemerkt dat het duurzaamheidsvirus waarmee de direct betrokkenen besmet waren is overgeslagen op de externe partijen, en dat biedt perspectief: “Als jullie hier heel enthousiast zijn over de nieuwe manier van samenwerken, waarom neem je die dan niet over op het hoofdkantoor?”. Kennis delen blijft een sleutelbegrip: “Daarom wil ik ook dat het hier steeds vol zit. Hoe meer mensen hier komen hoe beter. En we zijn een groot bedrijf, dus wat wij doen heeft sowieso invloed. Als ABN AMRO en Rabobank en ING zeggen dat een bepaald percentage circulair gebouwd moet worden dan gaat het bewegen en dan volgt de markt wel. Bovendien kun je er ook nog geld mee verdienen, want wij kiezen voor een model dat ook commercieel rendabel is.”

Een van de mooiste gevolgen van het samenwerken aan een circulair project is de verandering die het teweeg brengt bij de betrokken mensen, vindt Van den Bergh. Alle betrokkenen zijn ongelooflijk trots en enthousiast, en dat verandert ook de onderlinge verhoudingen: “Vroeger werkte ik in een redelijk hiërarchische setting, maar nu spreken mensen mij veel makkelijker aan. Als ze iets zien dat beter zou kunnen, dan laten ze me dat weten, puur vanuit ons gezamenlijke enthousiasme voor het project. Dat is ook het allerbelangrijkste dat ik van dit project geleerd heb: Onderschat nooit de kracht van je mensen. Laat je niet leiden door de processen, maar stel de mensen centraal.”

Circulair cateren

Eerder dit jaar sprak Inge Jeurink, Projectleider Horeca en Facilitaire Coalitie Circl Facility Management bij ABN AMRO, op een seminar over circulariteit over de aanbesteding van de catering in het circulair paviljoen. Het is heel belangrijk geweest om de cateraar veel ruimte te geven en echt samen te leren, vertelde ze, want ook voor de cateraar was zo’n circulair traject grotendeels nieuw: “Als je een tender uitschrijft heb je normaal al snel een document van 40 a 50 pagina’s. Wij hadden 6 pagina’s. We gaven slechts een paar basiselementen waar de leverancier aan moest voldoen en voor de rest was de opdracht: ‘Ga je gang’.”

De praktische uitwerking van het nieuwe cateringconcept was een oefening in durf en creativiteit, aldus Jeurink: “Je komt allerlei uitdagingen tegen. Vanwege ons doel om het pand zelfvoorzienend te laten zijn is er een beperkt aanbod van stroom, dus je moet kijken naar nieuwe manieren om daarmee om te gaan. Of neem de banqueting: We wilden hier het probleem van verspilling oplossen. Bij grote bijeenkomsten zijn we vaak bang dat we te weinig hebben, dus bestellen we vaak te veel. Wij willen banqueting in het paviljoen op een hele andere manier gaan toepassen, meer als een soort lopend buffet, waardoor de verspilling enorm afneemt.”

Het inmiddels goed draaiende restaurant dat door Vermaat wordt gerund op de begane grond van Circl, ademt op alle niveaus de ambities van het gebouw. Op stellages aan de muren staan grote hoeveelheden geconserveerde groenten in wekpotten, allemaal afkomstig van bedrijven uit de omgeving. Deze wijze van opslaan maakt koelen onnodig. De meubels zijn gemaakt van gerecycled materiaal en grote tafels faciliteren ontmoetingen tussen mensen die vanuit verschillende achtergronden Circl bezoeken.

Producttips

Volg F-Facts

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste facility nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.

Word lid van F-Facts Facility Platform