Logo

Hogeschool Utrecht faciliteert het nieuwe leren

  • Huisvesting & vastgoed
Hogeschool Utrecht (HU) won eind oktober de prijs voor ‘meest verbeterde prestatie’ tijdens de uitreiking van de Facilitaire Benchmark Awards 2018 in topsportcentrum Papendal. De verhuizing van verschillende plekken in de stad naar Utrecht Science Park begint zijn vruchten af te werpen. Gastgericht en kostenreducerend wordt toegewerkt naar een innovatief en dynamisch leefgebied, vertellen Menno Roodenburg en Hidde van der Kluit van Vastgoed en Facilities van HU.
Beeld Hogeschool Utrecht faciliteert het nieuwe leren

In de vier jaar dat Menno Roodenburg als adviseur Vastgoed en Facilities bij de hogeschool werkt, is hij nauw betrokken bij de jaarlijkse benchmark. “We hebben in die tijd al mooie data opgebouwd”, stelt hij vast. “Daarmee kunnen we over de jaren heen kijken en trends waarnemen. Het wordt steeds waardevoller.” De award voor ‘meest verbeterde prestatie’ in het jaar 2017 ten opzichte van het jaar daarvoor, blijkt het gevolg van een doordachte huisvestingsvisie. Lange tijd deed HU de huisvesting op de klassieke manier. Verspreid over de stad, en veelal in de binnenstad, bezat de school panden of huurde die. Verouderde panden die steeds duurder in onderhoud werden en verre van energiezuinig waren. Kortom, weinig efficiënt.

Alles concentreren op Utrecht Science Park (voorheen De Uithof) werd het grootschalige plan, gedreven vanuit de gedachte van intensievere samenwerking met andere kennispartners ter plekke. Met een nevenvestiging in Amersfoort, om die drukbevolkte regio ook te kunnen bedienen. De bestaande panden op Utrecht Science Park werden grondig gerenoveerd en er kwam een gloednieuw gebouw. In 2017 werd ‘een klap gemaakt’, vertelt Roodenburg, met de sluiting van een aantal panden in de binnenstad. “We zijn nu met de laatste slagen bezig.”

Innovatieve blik

De winnende cijfers zijn keurig: 21 procent minder meters bij een nagenoeg gelijk gebleven populatie studenten en medewerkers en een 26 procent lager kostenniveau. Tegelijkertijd is de kwaliteit op veel punten verbeterd. “We hebben ons beleid consequent doorgevoerd”, verklaart interimmanager Vastgoed en Facilities, Hidde van der Kluit, het succes. “Met gebouwen van goede kwaliteit, efficiënt in gebruik met goede faciliteiten en technologie plus een hoog serviceniveau. En dat alles tegen lage kosten.”

Inmiddels zijn ze al weer een stap verder dan de metingen van de benchmark aangeven. Zo is er een ander groot huurpand verlaten, op een kantorenpark in Rijnsweerd, aan de rand van de stad. De medewerkers en studenten zijn verhuisd naar de nieuwbouw die in 2018 is opgeleverd. Waar voorheen twaalf grote panden werden gebruikt, zijn dat er nu nog zes. De totale kostenreductie en het percentage minder meters (40 procent is de ambitie) zijn ondertussen verder gestegen.

Multifunctionele ruimtes

Zowel in de nieuwbouw als in de gerenoveerde panden op Utrecht Science Park geldt ‘het nieuwe leren’, afgeleid van ‘het nieuwe werken’. “Er wordt nu veel meer gewerkt met kleinere teams rond thema’s en projecten dan dat er klassikaal wordt lesgegeven”, licht Van der Kluit toe. ‘Blended learning’ wordt het ook wel genoemd. Roodenburg: “Is een college echt wel nodig? Wat kan wel of niet digitaal? Die vragen stellen we onszelf als HU steeds. Het betekent dat je andere en meer multifunctionele ruimtes nodig hebt.”

Die zijn er intussen in de gerenoveerde gebouwen, zoals aan de Padualaan 101. Voorheen loze ruimtes, vaak gangen, zijn nu nuttig gemaakt en aangename werk- en studeerplekken geworden. Medewerkers, individuele studenten en projectgroepen maken er gebruik van. 

Foto: Femke van den Heuvel

De voortgang van de technologie is ‘spannend’ voor diegenen die met huisvesting bezig zijn, benadrukt Van der Kluit. “We zien een ontwikkeling naar minder vaste toetsperiodes en meer digitaal toetsen op het moment dat een student dat wilt. Welke voorzieningen en faciliteiten horen daarbij?” Er zou bijvoorbeeld getoetst kunnen worden in de ruimte waarin wij nu zitten, een kamertje van pakweg drie bij drie meter. Roodenburg: “We moeten dus wendbaar zijn en zorgen dat we met de huisvesting inspelen op een onzekere toekomst. Dat betekent ook dat we met elkaar op moeten trekken, onderwijs en ondersteuning. En dat kan alleen in interactie, als businesspartners.”

Koersvast

Die koers van flexibiliteit, efficiëntie en samenwerking (‘verbinden en ontmoeten’) is ongeveer zes jaar geleden tegelijk met het huisvestingsbeleid ingezet en zal niet veranderen, verwacht Hidde van der Kluit. ”Ik denk dat niemand terug wil naar hoe het was.” Maar toch, alle verandering is lastig en ook op Hogeschool Utrecht moeten studenten en medewerkers wennen aan de nieuwe omgeving. Roodenburg: “Het stof moet neerdalen, en daar zitten we nu middenin. Veel mensen vinden er wat van. Soms gaan we dingen finetunen naar aanleiding van reacties. Als een ruimte bijvoorbeeld toch te open blijkt, plaatsen we een wandje. We halen de wensen op en zijn scherp op kritische geluiden.” Van der Kluit: “Het is allemaal niet in beton gegoten, maar de aanpassingen zijn wel binnen zekere grenzen, binnen de koers die is uitgezet.”

Onderdeel van de huisvestingsvisie is een horecavisie. HU heeft het idee van één cateraar, die alles verzorgt, helemaal verlaten. Er zijn nu verschillende cateringconcepten, binnen en rond de gebouwen. Voor elk wat wils. Zo zijn er in de gebouwen food courts, waar de studenten en de medewerkers worden verleid door geuren en kleuren uit alle windstreken.

Horecavisie

In zo’n food court betalen zelfstandige ondernemers een concessievergoeding aan Hogeschool Utrecht en zijn tot op zekere hoogte vrij om te ondernemen. Wel zijn er afspraken over openingstijden en heeft Vastgoed en Facilities inzage in de omzetcijfers. Dat laatste niet om zich met de zaken van de ondernemer te bemoeien, maar ook deze data verschaft weer kennis over de bewegingen in en tussen de gebouwen. In het food court aan de Padualaan 101 zijn onder meer streetfood (met hamburgers van de bbq) en Aziatische tapas verkrijgbaar. Er wordt gegeten, maar er zijn ook studenten die er komen om te studeren of een project te bespreken. Het loopt goed, meldt Roodenburg. “Maar de fluctuatie is wel groot, afhankelijk van piek- en dalperiodes, zoals in tijden van  tentamens. Daarom delen we ook onze roosters met de ondernemers zodat ze hun voorraden kunnen aanpassen.”

De food courts vormen de kwalitatieve en prijstechnische top van een pallet aan cateringconcepten, waarin de horecavisie voorziet om de 35.000 medewerkers en studenten van de HU te bedienen. Van versbereid en culinair tot ‘very basic’. Zo staan er buiten foodtrucks, die van locatie rouleren, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Centraal op Utrecht Science Park is er een grotere supermarkt en in de hogeschool is er een foodplaza en een to-go corner. Studentenverenigingen hebben in de gebouwen hun eigen koffiebarretjes annex cafeetjes. “Daar zijn we erg trots op”, zegt Roodenburg. “We hebben ze dus ook niet weggestopt maar meestal centraal naast de ingang gemaakt.” De horecavisie van HU is best bijzonder, vindt hij. “Vaak draait het om prijs of kwaliteit. Wij hebben in onze visie ruimte voor beiden.”  

Dynamische omgeving

De variatie aan horeca en catering draagt bij aan de dynamische omgeving die zich ontwikkelt. Er ontstaat gaandeweg een leefomgeving uit de pure studie- en werkwijk die De Uithof zo lang was. Het is de voorbode hoe de wijk er in de nabije toekomst uit zal zien. Want ook het aanbod van studentenwoningen stijgt. Het nieuwe horecaconcept wordt gewaardeerd, merken de medewerkers van Vastgoed en Facilities. En niet alleen binnen HU, maar ook de aangrenzende universiteit is enthousiast. De studenten en medewerkers maken graag een ommetje naar Hogeschool Utrecht voor de lunch. 

Op de universiteit wordt vooralsnog gewerkt met het klassieke cateringconcept, maar er zijn inmiddels afspraken gemaakt over verdere samenwerking met HU. Wat betreft de ‘foodtruckcarrousel’ trekken ze al samen op. “We hebben de ambitie uitgesproken, en vastgelegd, om elkaar te helpen”, aldus Van der Kluit. “Ons horecaconcept is natuurlijk jaloersmakend. Nu gaan we met onze kennis en ervaring de universiteit helpen om concepten uit te rollen die complementair zijn aan die van ons.”

Technologie én gastvrijheid

In het juryrapport van Benchmark XL kwam naar voren dat HU een dubbelslag had gemaakt: een flinke reductie in het aantal vierkante meters en tegelijkertijd was de gastvrijheid verbeterd. Roodenburg: “We hebben met een innovatieve blik de ontwikkelingen in de markt gevolgd. Daarom hebben we ter verbetering van de gastgerichtheid van de facilitaire dienstverlening ingezet op én technologie én hospitality.”

Zo zijn er bij de ingangen naast digitale wayfinders ook hosts en hostessen, om de bezoekers welkom te heten en wegwijs te maken. En er is de inmiddels befaamde ‘uitleenmuur’, bij de ingangen. Hier kunnen studenten, docenten en gastdocenten onderwijskundige attributen zoals laptops lenen, maar ook een leenfiets is mogelijk. Ze bedienen de uitleenmuur zelfstandig, en anders is er altijd nog de host of hostess om te helpen.

Foto: Corné Clement

Nu is de uitleenmuur van zeven uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds dagelijks te gebruiken, zoals ook de ruimtes in de gebouwen. Soms is een gebouwdeel doelgericht open of gesloten. Zo is de bibliotheek in tentamenperiodes ook op zondag geopend. Toch ligt in deze al ruime openingstijden nog een mooie kans, vindt Hidde van der Kluit. “De gebouwen zouden 24/7 open kunnen. Voor de organisatie is het een uitdaging om nog meer gebruik te maken van de beschikbare vierkante meters.” Studenten hebben gevraagd om de werkgroepruimtes ook in de weekenden te kunnen gebruiken. Daar wordt nu naar gekeken. Bij iedere beslissing weegt ook ‘het duurzaamheidsprincipe’ mee: concentreer activiteiten in zo min mogelijk ruimtes. Dat scheelt onder meer flink in kosten aan energie, beveiliging en ook schoonmaak. “Het is onze taak om af te stemmen tussen duurzaamheid en behoefte”, merkt Menno Roodenburg op.

Duurzaamheid in DNA

Bij de renovatie van de panden werden 1500 zonnepanelen geplaatst en er is nog plek voor duizend extra. Met alle dienstverleners en leveranciers, waaronder de ondernemers in het food court, zijn afspraken gemaakt over de gebruikte materialen en de afvalverwerking. Bij alles dat wordt ingekocht, weegt HU het duurzaamheidsaspect mee. Van der Kluit: “Dat zit inmiddels in ons DNA, en het gaat elk jaar beter. We doen ook jaarlijks mee aan de sustainable benchmark en zitten altijd in de kopgroep.”

Plek bieden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vormt, net zoals duurzaamheid, een onderdeel van het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat de deze hogeschool propageert. Zo werken er in de koffiebarretjes baristas die doof en slechthorend zijn. De klanten leren op filmpjes de gebarentaal om te bestellen. Roodenburg: “Zoiets komt ook op ons pad en dan ga je het uitrollen.”

De samenwerking met de universiteit is een van de speerpunten van Hogeschool Utrecht de komende jaren. Niet alleen qua horeca en catering maar op vele facilitaire terreinen slaan de twee onderwijsinstellingen steeds meer de handen ineen. Er loopt een gezamenlijk parkeerproject en er wordt gewerkt aan een gemeenschappelijke gebiedsvisie. Het samen oppakken van beveiliging en energievoorziening wordt onderzocht. Van der Kluit: “Het waren twee aparte werelden maar nu gaan we elkaar aanvullen en versterken.”

Menno Roodenburg heeft het over een vervolgstap, een samenwerkingsslag waarin ook het ziekenhuis en andere bedrijven in het gebied worden betrokken. “Het zal hier echt een aantrekkelijk leefgebied worden, met name voor studenten. En de binnenstad komt steeds dichterbij. We zijn onderdeel van de stad geworden.” Dat alle inspanningen tot dusverre nu een award hebben opgeleverd geeft zijn team ‘best wat erkenning’. “Maar onze energie halen we uit de dienstverlening aan de mensen. We vinden het fijn om onze klanten te bedienen.”